Ierse kleding

Er zijn geen goede afbeeldingen van Ierse kleding voor de christelijke tijd. Daarom moet de christelijke literatuur die is gebaseerd op orale traditie of afbeeldingen van het vasteland van Europa als bron gebruikt worden. Vooral afbeeldingen van Spanje zijn nuttig, door de handel die tussen Ierland en Spanje bestond. Voor de beschrijvingen is het boek van Leinster een belangrijke bron, want in de Tain bo Culange (de runderroof van Cooley) staan veel beschrijvingen van Ierse kleding.

Het gewone kledingstuk van de vroege Ieren was een linnen, wollen of soms zijden tuniek, de léine, die over het hoofd als een soort schort werd aangetrokken. Mannen droegen ook nog een soort overhemd eroverheen. De léine was meestal wit of  ongebleekt van kleur en had verschillende vormen. De mouwloze léine of de peplos werd alleen door vrouwen gedragen, maar er bestonden ook léinte met korte of lange mouwen. Ook de lengte varieerde. Waarschijnlijk was de léine over het algemeen iets langer dan het midden van de dij, net als de kleding die door de Keltiberiërs werd gedragen. De hoeveelheid stof en de lengte van een léine liet de status van de drager zien. Met een lange léine toonde een man dat hij genoeg geld had om zoveel stof te kopen en hij bovendien te weinig handwerk deed om erdoor gehinderd te worden. De Ieren hielden ervan om hun kleding te decoreren met verschillende patronen. In de 5de eeuw migreerden de Scotti naar Schotland en zij namen de léine mee.

Over de léine werd door zowel mannen als vrouwen een brat, een rechthoekige of ovalen mantel van wol, gedragen. De brat werd zowel over de schouders als enkele malen om het lichaam gewikkeld gedragen. Hij werd op de borst bevestigd met een pin of een broche. De lengte van de brat hing af van de status van de drager – hoe langer, hoe belangrijker. De brat van koningen en helden was vaak ‘vijfmaal gevouwen’. De brat was in ieder geval lang genoeg om te kunnen dienen als deken wanneer de drager buiten sliep. De mantel was vaak mooi versierd met kleurige patronen van paars, karmozijnrood of groen en ingenaaide stoffen en stukjes metaal.Verschillende latere teksten vertellen dat de Ierse mantels leken op berenhuid of bont en een mantel uit de vroegchristelijke periode met ingenaaide versieringen van wol zijn gevonden.

Over de léine werd soms een leren of wollen riem gedragen, de oriss. Deze was mogelijk net als de Keltiberische riemen versierd met metalen stukjes. Waarschijnlijk droegen de Ieren geen hoeden, maar af en toe hoofdbanden of gouden hoofddoeken.

Schoenen en sandalen waren van leer of soms van linnen. Er wordt gezegd dat ze alleen door vrouwen en druïden werden gedragen, dus het is waarschijnlijk dat krijgers blootsvoets het slagveld opgingen. Het kan ook zo zijn dat de Ierse strijders, net als de Welshmen uit de middeleeuwen, slechts aan een voet geschoeid vochten om betere balans te krijgen.

Tegen de Vikingperiode droegen soldaten en mannen van lagere stand een ionar, een jasje, en trews, een broek. Er waren drie typen trews: wijd en net onder de knie vastgemaakt, strak en tot knielengte en strak en bij de enkels vastgebonden. Het is mogelijk dat de ionar en de trews ook al eerder werd gedragen in plaats van de léine.

In de Book of Kells zijn alle mannen, behalve de soldaten, met enkellange léines afgebeeld. Hooggeplaatste strijders en jongere mannen lijken dan nog de oudere, dijlange variant te dragen. De bovenlaag die zich buiten de Engelse invloedssfeer bevond, droeg de léine tot ver na de 17de eeuw. Tegen die tijd waren de mouwen wijd uitlopend geworden. 

Zie ook:

Het clanstelsel

Celtic Webmerchant:

                    
Keltisch oorlogszwaard 66,60   Enkelhandig Vikingzwaard € 70,15       Keltisch zwaard  € 70,85

 
 

copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact