|
|
|
||
|
|
Llywelyn de laatste
Llywelyn de Grote had twee zonen bij twee verschillende vrouwen. De ene heette Dafydd, zijn moeder was Joan, de dochter van Jan zonder Land. De naam van de ander was Gruffyd, wiens moeder Welsh was. Omdat Llywelyn aannam dat de Engelse koning minder snel actie zou ondernemen tegen iemand van zijn eigen familie, wees hij Dafydd aan als troonopvolger. Een van Dafydds eerste handelingen als koning was het uitleveren van zijn halfbroer aan koning Henry de 3de van Engeland, zodat hij zijn troon niet zou bedreigen. Gruffyd werd naar de Tower van Londen vervoerd, waar hij tijdens een ontsnappingspoging omkwam toen het touw brak. Het raam waar hij uit probeerde te ontsnappen is dichtgemetseld en kan vandaag de dag nog worden gezien bovenin de White Tower. Gruffyd liet vier zonen achter: Owain, Llywelyn, Dafydd en Rhodri. Toen koning Dafydd kinderloos stierf, eiste Henry de troon onmiddellijk op, maar Owain en Llywelyn waren hem voor en deelden de troon van Gwynedd. Vanzelfsprekend was Henry daar niet heel blij mee en hij stuurde zijn leger naar Wales. Dit mondde uit op een compromis waarin werd bepaald dat de twee broers het recht hadden op het land ten westen van de Conwy en ten noorden van de Dyfi. Hierbij verloren ze veel land vergeleken met het gebied dat hun grootvader bezat.
Llywelyn kwam er achter en verzamelde zijn leger. In 1254 vochten de drie broers een veldslag uit, die maar kort duurde. Owain werd gevangen genomen en opgesloten in het kasteel van Dolbadern, waarvan de ruïne nog steeds bestaat bij Lake Padarn. Dafydd ontsnapte echter en zocht zijn toevlucht in Engeland. In hetzelfde jaar van de veldslag tussen Llywelyn en Owain gaf koning Henry de 3de zijn zoon Edward het earldom Chester, dat toen uit het gebied bestond tussen de Conwy en de Dee. Daarnaast kreeg Edward recht op landerijen in Carmarthenshire. Hij liet zijn bezit besturen door Geoffrey de Langley, wiens regering erger was dan onder enige Normandische baron. Wanhopig keerden de familiehoofden naar het hof van Llywelyn in Aberffraw om hulp te vragen. Wanneer hij toezegde, zou dat een open oorlogsverklaring tegen het machtige Engeland zijn. Wanneer hij weigerde, zou hij zijn eigen volk verraden. Llywelyn nam de smeekbede aan en joeg de Engelsen binnen een week tot achter de rivier de Dee. Hierna wendde hij zich naar het zuiden. Ceredigion gaf hij terug aan Meredydd ap Owen, Deheubarth aan Meredydd ap Rhys. Powys nam hij in, ondanks dat de heren daar de steun van de Engelsen kregen. Als tegenactie zond Henry de 3de een leger dat Dinevor aanviel, maar dit werd teruggeslagen. Rond 1258 had Llywelyn het land van zijn grootvader teruggewonnen en waren noord en zuid opnieuw verenigd. Hij nam toen de titel prins van Wales op zich, die was gemaakt door Llywelyn de Grote; het eerst officiële document waarin hij die titel gebruikte was een verdrag met de Schotse Comyn-familie.
Vijf jaar later kwamen de Engelse baronnen tegen Henry in opstand onder leiding van Simon de Montfort. Nadat deze in 1264 de Engelsen had verslagen begon Llywelyn onderhandelingen, die in juni 1265 uitmondden in een officieel verdrag waarin Llywelyns heerschappij werd erkend en een alliantie tussen Llywelyn en De Montfort tot stand kwam. In datzelfde jaar werd Simon de Montfort verslagen en gedood bij de slag bij Evesham. Twee jaar later tekenden Henry en Llywelyn het verdrag van Montgomery, dat bijna hetzelfde was als dat tussen Simon en Llywelyn. Vijf jaar lang heerste er vrede tussen Engeland en Wales, totdat Henry in 1272 stierf. Edward de 1ste volgde zijn vader op en bleek een sterker en koppiger, maar ook een verraderlijker karakter te hebben. Hoewel hij op kruistocht was bij het overlijden van de oude koning, keerde hij na twee jaar terug om gekroond te worden. Hij eiste Llywelyn hem eer aan te doen, zoals was vastgesteld in het verdrag van Montgomery. Llywelyn vreesde echter dat hij, zodra hij een voet buiten Welsh grondgebied zou zetten, gevangen genomen zou worden net als zijn vader. Daarom weigerde hij Edward te eren bij zijn kroning, maar hij suggereerde dat hij wel zou kunnen komen als Edward hem eerst gijzelaars stuurde. Dit weigerde de nieuwe koning.
Zo stonden twee koppige mannen tegenover elkaar. Llywelyn was bereid Edward te eren, mits dat in een veilige situatie gebeurde. Edwards landerijen ten westen van de Dee en in Carmarthen waren door Llywelyn ingenomen, Llywelyn was bezig een groot kasteel in Montgomeryshire te bouwen en bovendien hadden hij en zijn grootvader verschillende opstanden van de Engelse baronnen gesteund. Ook had Edward de ambitie om alle Britse eilanden in zijn handen te krijgen. Wat er ook door Edwards hoofd heenging, in de herfst van 1277 verklaarde hij Wales de oorlog. Llywelyns legers waren verreweg niet in dezelfde positie als die van zijn grootvader, die in zijn gehele land gesteund leek te zijn. Veel van de Welshmen werden door hun Engelse heer gedwongen voor Engeland te vechten. Er wordt geschat dat er bijna even veel Welshmen voor Engeland vochten als voor Llywelyn.
In datzelfde jaar groeiden de slechte omstandigheden in Wales opnieuw uit in een opstand, deze keer begonnen door Dafydd. Llywelyn steunde zijn broer in deze onverwachte actie. Op 21 maart, palmzondag, nam Dafydd Hawarden castle in en maakte de kastelen van Flint en Rhuddlan daarna met de grond gelijk. Vijf dagen later leidde een revolutie in Ystrad Towy tot de inname van Llandovery en Caercynon. Tegen eind april hadden de inwoners van Ceredigon Aberystwyth ingenomen en geplunderd. Hoewel Llywelyn een begaafde tacticus was, waren de Welshmen slecht voorbereid. Edward ging deze keer systematischer te werk. Hij splitste zijn leger in tweeën, een voor elke broer. Het leger tegen Llywelyn werd verslagen bij Llandeilo Fawr. Het leger in het noorden drong Dafydd terug naar het westen van de Conwy en landde daarna deels op Mona. Vanaf Mona probeerden zij in Arfon te landen, maar werden ze verslagen en omdat Llywelyn noordwaarts ging, moest Edward zijn troepen terug naar Clwyd trokken. De aartsbisschop van Canterbury trok in november naar Gwynedd om Llywelyn om te kopen. In ruil voor landerijen in Engeland en een erfelijke titel, moest hij zijn heerschappij over Wales opzeggen. Llywelyn weigerde, omdat zijn volk dan weerloos zou zijn tegen Edwards wrede regering.
Na zijn dood werd Llywelyns hoofd van zijn romp gescheiden en naar Rhuddlan en vervolgens naar Londen gebracht, waar het door de straten heen werd getoond en daarna bij de Tower werd tentoongesteld. Vijftien jaar later was het daar nog. Dafydd, die zichzelf als Llywelyns opvolger had benoemd, moest de bergen in vluchten. Daar werd hij verraden, gevangengenomen en geëxecuteerd door Edward de 1ste. Zijn vrouw en zoons stierven in gevangenschap. Llywelyns dochter, Gwenllian, werd naar het klooster van Sempringham in Lincolnshire gebracht, waar ze de rest van haar leven doorbracht. In 1283 werden alle koninklijke schatten van Gwynedd afgenomen en van 1284 tot 1308 werden er vele grote bolwerken gebouwd om het land te onderdrukken. Niet voor niets herinneren de Welshmen zich Llywelyn als Llywelyn Ein Llyw Olaf, Llywelyn, onze laatste leider. Zie ook: Het begin van de onafhankelijkheidsoorlog Welshe krijgers Celtic Webmerchant: Welshe longbow € 79,20 Enkelhandig Vikingzwaard € 70,15 Keltisch zwaard € 70,85 |
||
|
copyright © 2009 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden. Sitemap Contact |
|||