Michael Collins

Michael Collins werd in Woodfield, in het graafschap Cork, geboren op 16 oktober 1890 geboren, hoewel zijn grafsteen 12 oktober als zijn geboortedatum vermeldt. Zijn vader die op zijn 60ste was getrouwd, was 75 toen Michael werd geboren, als jongste van acht kinderen. Zijn vader stierf in maart 1897.

Op vroege leeftijd werd hij beďnvloed door verschillende mensen, die hem een brandend verlangen om Ierland te bevrijden meegaven. Hoewel zijn officiële scholing afliep op zijn 12de, was Michael een leesgierig persoon. Op 15-jarige leeftijd verhuisde hij naar Londen en werd bankbediende. Tijdens zijn verblijf werd hij lid van de Irish Republican Brotherhood (IRB), een geheime organisatie die naar Ierse onafhankelijkheid streefde. Hij bleef in Londen tot 1916, toen hij terugkeerde naar Ierland om mee te vechten in de Paasopstand, die was gepland en georganiseerd door de IRB. Tijdens de opstand diende Michael als adjudant bij een van zijn leiders, Joseph Mary Plunkett. De Paasopstand begon op maandag 24 april en de laatste rebellen capituleerden op de zaterdag daarna.

De leiders werden allen geëxecuteerd en honderden deelnemers, waaronder Michael, werden naar een interneringskamp gestuurd. Collins werd vrijgelaten als deel van een algemene amnestie in december 1916. Zijn tijd daar was niet verspild. Terwijl hij gevangen zat, bestudeerde hij vroegere opstanden en ontdekte waarom ze altijd waren mislukt. Hij concludeerde dat het gebrek aan organisatie alle opstanden had doen falen. Hij zwoer dat de volgende rebellie zou slagen - omdat hij hem zou leiden. Toen Michael terugkeerde naar Ierland, richtte hij verscheidene organisaties op die erop waren gericht een Ierse republiek te grondvesten. Als toevoeging van de IRB was er de Irish Volunteers, die de voorloper van de IRA waren, en de politieke tak Sinn Fein. Voor de volgende jaren zou Collins een leidende rol hebben in al deze drie organisaties. Ook richtte hij de Amalgamated National Aid Association op, een organisatie die mensen die afhankelijk waren van degenen die werden gedood of gevangengezet bij de Paasopstand, financieel ondersteunde.

In februari 1917 werd Michael lid van de directie van de IRB en werd daarvan kort daarna secretaris. In oktober van datzelfde jaar werd Eamon de Valera, de oudste nog levende leider van de Paasopstand, gekozen tot voorzitter van Sinn Feinn en vlak daarna herkozen tot voorzitter van de Irish Volunteers, waarvan Michael organisatiedirecteur werd. Rond dezelfde tijd werd Collins gekozen als lid van de uitvoerende raad van de IRB.  In maart 1918 werd hij adjudant-generaal van de Irish Volunteers en enkele maanden later werd hij hoofd van de inlichtingendienst van de Volunteers. Het was in die positie dat hij een uitgestrekt inlichtingennetwerk opzette dat door heel Ierland en Engeland opereerde. Hij had spionnen en informanten overal, zodat hij in staat was Engelse berichten te onderscheppen en hij had talrijke kopieën van Engelse bestellingen in handen, voordat ze de beoogde ontvanger hadden bereikt.

Op 3 april 1918 werd Collins gearresteerd in Dublin om een toespraak die hij had gegeven in het graafschap Longford. Hij stelde borgtocht voor en vluchtte. Tijdens de volgende drie jaar was hij de meest gezochte man in Ierland. Op 18 mei arresteerden de Engelsen de leiding van Sinn Fein, waaronder De Valera, waardoor ze Michael vrijwel de gehele leiding over de republikeinse beweging overgaven.

In december 1918, net een maand na de eerste wereldoorlog, was er een stemming voor het Britse parlement. Omdat Ierland deel was van het Verenigd Koninkrijk, werd ook hier een stemming gehouden. Het resultaat hiervan was dat de partij Sinn Fein 73 zetels won. Ook aan Collins werd een zetel toegestemd.

De leden van Sinn Fein weigerden naar Londen te gaan. In plaats daarvan zetten ze hun eigen parlement op in Dublin. Omdat ze in feite een andere regering opzetten, zagen de Engelsen dit als een bedreiging. Het Ierse parlement, de Dail genoemd, hield zijn eerste bijeenkomst op 21 januari 1919. Op diezelfde dag viel een kleine groep van Irish Volunteers een politietransport aan in Soloheadbeg, graafschap Tipperary, waarbij twee politiemannen werden gedood. Hiermee begon de oorlog voor Ierse onafhankelijkheid, of zoals het ook wel genoemd wordt, de Black en Tan oorlog. Deze naam verwijst naar de zwarte en kaki uniformen die door de Ierse paramilitaire troepen die de Britse wet handhaafden, werden gedragen. In deze periode doopten de Irish Volunteers zich om tot de Irish Republican Army (IRA). Een paar maanden hierna, als toevoeging bij zijn taken bij de IRA, werd Collins minister van financiën van de Dail, maar hij was niet aanwezig bij de eerste bijeenkomst. Hij was op dat moment in Engeland, terwijl hij werkte aan een plan om Eamon de Valera te bevrijden uit de gevangenis van Lincoln. Dit plan bleek succesvol, want op 3 februari nam Michael deel aan De Valera’s ontsnapping. Hij was eind maart terug in Dublin, waar hij een massaontsnapping organiseerde van ongeveer 20 gevangenen uit de Mountjoy gevangenis.

Hoewel er verschillende Engelse troepen gestationeerd waren in Ierland, gebruikten de Engelsen hoofdszakelijk het Royal Irish Constabulary (RIC) en de Dublin Metropolitan Police (DMP) om het land te regeren. De RIC was een paramilitaire organisatie die spionnen en informanten in heel Ierland had. Verrassend is dat de RIC voornamelijk uit Ierse katholieken bestond. De DMP had zeven divisies. De divisies A t/m D opereerde in Dublin, divisies E t/m F daarbuiten en divisie G was haar inlichtingendivisie, samengesteld uit detectives in burger.

In de nacht van 7 april 1919 drong Collins binnen in het hoofdkwartier van deze laatste divisie, met de hulp van een van zijn spionnen, en las verscheidene ultrageheime documenten. Nadat hij dit had gedaan, concludeerde hij dat het inlichtingennetwerk van Engeland zou moeten worden onderuitgehaald. Hij schreef dat Engeland elk van haar spionnen kon vervangen, maar dat ze zonder haar spionnen machteloos was. Hij realiseerde zich eveneens dat spionnen minder bereid zijn om spionnen die zijn vermoord, te vervangen en dat, zelfs als Engeland vervangers zou kunnen vinden, de nieuwe spion niet de informatie van zijn voorganger zou hebben. Daarom begon Collins een volhoudende en systematische aanval op zowel de RIC als de G-divisie.

Om de RIC te bevechten, gebruikte de IRA zeer mobiele guerrilla groepen van lichtgewapende mannen, meestal niet meer dan 30. Op 20 april zette de IRA zijn eerste aanval in op een barrak van het RIC en nam geweren en munitie mee. In de daaropvolgende maanden versterkte de IRA haar aanvallen op de RIC. Als resultaat daarvan werden verscheidene kleinere barrakken gesloten en de troepen naar grotere barrakken in de steden overgebracht.

Om de G-divisie te bevechten organiseerde Collins, een kleine groep van jonge vrijwilligers die verbonden waren met het inlichtingendepartement van de IRA, die bekend stond als de Squad (‘de Groep’), wiens missie het was detectives en andere Engelse spionnen te vermoorden. De Squad was gewoon mogelijke doelen een waarschuwing te geven en deze te sparen als ze daarop reageerden met verminderde ijver voor hun plichten.

Het eerste slachtoffer van de Squad was sergeant Patrick Smith die verschillende waarschuwingen had genegeerd, voordat hij op 30 juli werd vermoord. De Engelsen werden hierdoor alleen nog maar dwingender. Ze verboden Sinn Fein in augustus 1919 en stelden de maand daarop het Ierse parlement buiten de wet.

Als resultaat daarvan kwam de Dail slechts een keer bijeen in het volgende jaar.

Op 12 september viel de politie van Dublin het hoofdkwartier van Sinn Fein binnen. Michael die op die tijd aanwezig was, ontsnapte toen de politie hem niet herkende. Omdat hij deze actie met wraak wilde beantwoorden, beval hij de Squad een van de leiders van de inval, detective Daniel Hoey, dezelfde nacht nog te doden.

Door de aanvallen van de IRA gingen veel leden van de RIC en de DMP vroeg met pensioen, terwijl veel anderen zichtbaar minder ijver aan de dag legden bij het uitvoeren van hun takken. Bovendien kelderde het aantal rekruten van de RIC. In een poging de orde te herstellen zonden de Britten versterkingen uit Engeland. De eerste eenheid die bekend kwam te staan als de Black and Tans, dit verwees naar de kleur van hun uniform, arriveerde op 25 maart 1920 in Ierland. In september van dat jaar zonden de Engelsen als toevoeging daarop 1.500 veteranen uit het Britse leger, de Auxiliary Cadets of de Auxies genoemd, om de Black and Tans te helpen in de guerrillaoorlog. Hoewel precieze aantallen moeilijk zijn vast te stellen, zijn de meeste historici het ermee eens, dat op het hoogtepunt van de Black and Tan oorlog de IRA ongeveer 3.000 actieve leden had, tegenover 50.000 Britse soldaten, 15.000 Black and Tans, 10.000 RIC-leden en 1.500 Auxies. Bovendien had de IRA zelfs in het graafschap Cork, wat waarschijnlijk haar sterkste gebied was, slechts 300 actieve leden die vochten tegen meer dan 12.500 Engelse troepen. Een van de dingen die de oorzaak was van de angst die de Engelsen voor Collins hadden, was zijn meedogenloosheid en het succes waarmee hij zijn vijanden uitschakelde.

Hij zag bijvoorbeeld toen de Ieren bijeengedreven werden aan het eind van de Paasopstand, dat een van de Britse officieren, Lea Wilson, verscheidene gevangenen mishandelde, waaronder de oudste rebellenleider, de 58-jarige Thomas Clark. Michael herinnerde zich deze gebeurtenis en zwoer het te wreken. In juni 1920, meer dan vier jaar na de opstand, ontdekte hij dat Wilson voor de RIC in een kleine stad in graafschap Wexford. De 15de van dezelfde maand liet Collins Wilson vermoorden.

Toen de burgemeester van Cork, Tomas MacCurtain - die ook de leider was van de 1ste brigade van de IRA in Cork - op 20 maart 1920 werd vermoord, ontdekte Collins, dat de districtsinspecteur van de RIC, Oswald Ross Swanzy, een van de verantwoordelijken was. De Engelsen probeerden deze te beschermen voor represailles van de IRA, door hem over te zetten naar Lisburn, in het noorden van het land. Het uitgebreide inlichtingennetwerk van Collins spoorde Swanzy echter op en een speciaal team werd samengesteld om hem te doden. Dit lukte op 22 augustus, toen Swanzy uit de kerk kwam.

De meest verwoestende aanval op de Engelsen vond op 21 november 1920 plaats. De Engelsen hadden enkele geheim agenten naar Dublin gezonden in een poging in de IRA te infiltreren en Collins te doden of gevangen te nemen. Deze agenten werden bekend onder de naam de Cairo groep, omdat ze daarvoor in Cairo hadden gewerkt. Door zijn eigen inlichtingennetwerk, kwam Michael achter het plot en was hij in staat veel van de agenten te identificeren. Op de morgen van zondag 21 november viel de Squad gezamenlijk over heel Dublin aan, en vermoordde 13 tot 20 Engelse spionnen of soldaten. Een van de deelnemers was de latere premier van Ierland, Sean Lemass.

Als wraak reden de Engelsen naar een Gaelic football wedstrijd en vuurden op de menigte, hierbij werden 13 fans en een speler gedood. Deze dag ging de geschiedenis in als Bloody Sunday. Later schreef Michael over deze dag: ‘het is geen misdaad de spion en de informant in oorlogstijd op te sporen en te vernietigen. Zij hebben vernietigd zonder proces. Ik heb ze met gelijke munt terugbetaald.’

Zes dagen hierna werd Arthur Griffith, president van de Dail, gearresteerd en werd Collins de handelende president, naast zijn taak als minister van financiën voor de voorzitter van de IRB, en zijn taken als hoofd van de inlichtingendienst, voorzitter van de uitvoerende raad en adjudantgeneraal van de IRA.

In december stuurden de Engelsen hun woord, dat ze op zoek waren naar een vredigere oplossing van de Ierse situatie. Maar op de 17de van dezelfde maand stonden ze erop dat de IRA haar wapens over zou geven, voordat ze zouden kunnen praten. Michael wees het verzoek af.

Tijdens de Black and Tan oorlog was hij verscheidene malen ontsnapt, wat alleen maar zijn legendarische status versterkte. In verschillende gevallen werden zijn kantoren overvallen en ontsnapte hij op het nippertje door door de achterdeur te rennen of over de daken te ontsnappen. Bij verschillende gelegenheden werd hij staande gehouden bij de politie die hem ondervraagde, maar hem niet herkende, omdat een duidelijke foto van hem ontbrak. Een deel van zijn succes kwam echter van zijn pure lef. Hij heeft talloze malen de Engelsen op controleposten benaderd om te vragen wat er aan de hand was. Hoewel hij de meest gezochte man in Ierland was, droeg hij nooit vermommingen, hij kleedde zich liever als zakenman. Michael vertrouwde ook wat betreft zijn veiligheid op zijn uitgebreide net van vrienden en spionnen - en zijn reputatie van meedogenloosheid. Het grootste deel van de Ieren steunden hem en het deel dat dat niet deed, realiseerde, dat als ze zich tegen hem keerden, ze nooit lang genoeg zouden leven om hun beloning in ontvangst te nemen.

Op 25 mei 1921 begon de IRA haar grootste operatie van de oorlog, toen 120 mannen het douanekantoor in Dublin aanvielen en in as legden. Dit bleek een prijs te vragen, want zes mannen werden gedood, twaalf verwond en 70 gevangengenomen. Ondanks zijn duidelijke falen had de aanval een beslissend psychologisch effect op Londen. Op 22 juni stelde koning George de 5de in Belfast tijdens een toespraak vredesoverleg voor, en op 11 juli werd een wapenstilstand uitgeroepen.

Onderhandelingen startten op 21 oktober in Londen. Tussen de Engelse onderhandelaars waren David Lloyd George en Winston Churchill. Eamon de Valera zond Michael als een van de vijf Ierse afgevaardigden. Hier was deze sterk tegen, omdat hij voelde dat hij niet als soldaat in de positie was de afspraken van enig vredesverdrag te bepalen. Hij stelde ook dat de taak van een gedelegeerde een walgelijke was, maar dat hij ging ‘in de geest van een soldaat die tegen zijn wil, maar op bevel van een hogere officier handelt.’ Toen hij echter eenmaal een lid van de verdragsdelegatie was geworden, richtte hij zich volledig op een vreedzame oplossing. Tijdens de onderhandelingen stond hij, als vrome katholiek, elke morgen vroeg op om naar de dagelijkse mis te gaan. Na meer dan zes weken bereikten de partijen eindelijk een compromis op de morgen van 6 december. Hoewel het verdrag niet zorgde voor een complete en vrije Ierse republiek, schiep het de Ierse Vrijstaat, bestaand uit 26 graafschappen, zes graafschappen van Noord-Ierland bleven bij Groot-Brittannië. De vrijstaat had de status van dominion, een staat met zelfbestuur.

Toen lord Birkenhead het verdrag tekende als deel van de Engelse delegatie, merkte hij op: ‘ik heb mogelijk de rechtvaardiging van mijn politieke dood getekend.’ Collins antwoordde grimmig, omdat hij wist dat veel IRA-leden tegen enig compromis met de Engelsen waren: ‘ik heb mogelijk de rechtvaardiging van mijn eigen dood getekend.’

Het voorstel voor het verdrag moest nog goed worden gekeurd door de Dail. Toen de Ierse delegatie terugkwam in Dublin, bleek het parlement verdeeld over de zaak. Degenen die tegen het verdrag waren, waren dat omdat het geen Ierse Republiek stichtte, maar Ierland alleen zelfbestuur gaf en omdat de Ieren een eed van trouw moesten afleggen aan de Britse kroon. Achteraf bekeken is het verbazingwekkend dat er niet zo’n enorm punt werd gemaakt over de opdeling van Ierland. De debatten waarin Collins en zijn volgelingen het verdrag verdedigden en Eamon de Valera en de zijnen het aanvielen, waren zeer heftig. In enkele gevallen werd Michael zelfs beschuldigd van verraad en lafheid.

Op 7 januari 1922 werd het verdrag uiteindelijk, na een maand van verhitte discussies, aangenomen door een stemming, waarbij 64 mensen voor en 57 mensen tegen het verdrag stemden. Nadat de stemming was gehouden, vertrokken De Valera en zijn medestanders uit het parlement, waarmee ze de eerste stappen namen die uiteindelijk tot een burgeroorlog zouden leiden.

Arthur Griffith werd gekozen als president van het parlement en Michael werd benoemd tot minister van financiën. Als toevoeging bij het Ierse parlement moest echter ook een voorlopige regering worden opgezet om de machtsoverdracht van de Engelsen naar de Ieren in goede banen te laten lopen. Collins werd voorzitter van die tijdelijke regering.

De staking van De Valera’s mannen leidde tot de splitsing van Sinn Fein in degenen die voor en degenen die tegen het verdrag waren. In feite ligt hierin de basis van de tegenwoordige leidende fracties in Ierland. De voorstanders van het verdrag vormden uiteindelijk Fine Gael, terwijl De Valera en zijn volgelingen Fianna Fail vormden.

Ongelukkig genoeg breidden de politieke verschillen zich uit tot de IRA, die in twee gescheiden partijen opbrak. De tegenstanders van het verdrag hielden de naam IRA, hoewel de regering naar deze naam verwees als onrechtmatig, en degenen die voor het verdrag waren noemden zichzelf het Irish Free State Army. Tijdens de volgende paar maanden waren er kleine incidenten tussen de twee partijen en op 14 april nam de IRA de Four Courts, het rechtshof in Dublin, in.

De Ierse burgeroorlog startte officieel op 28 juni 1922, toen het Free State Army de Four Courts aanviel en de controle over Dublin overnam. De IRA beheerste echter  het grootste gedeelte van zuid- en west-Ierland. Toen de burgeroorlog eenmaal was begonnen, werd Collins de opperbevelhebber van het Free State Army (theoretisch gezien was het het National Army, omdat de Ierse vrijstaat niet bestond tot en met december 1922). De hierop volgende weken dreef het Free State Army de IRA uit haar bolwerken.

De grootste overwinning vond plaats, toen het Free State Army landde buiten de stad Cork en het de IRA compleet verraste en haar de volgende dagen verdreef naar het omringende platteland.

Op 20 augustus verliet Michael Dublin om Cork te inspecteren. Hij arriveerde daar later die avond en ontmoette tijdens zijn verblijf daar verschillende bevelhebbers. Op 22 augustus vertrok hij uit de stad om door het westelijke deel van het graafschap te reizen. Rond 19.30 bereikte het kleine konvooi de smalle vallei Beal na mBlath, die ongeveer 23 kilometer van zijn geboortedorp lag.

Een kleine groep van de IRA had gehoord dat Collins in het gebied was en had een hinderlaag gezet voor hem. Schoten weerklonken vanaf de helling en in het korte gevecht dat volgde, werd Michael gedood. Ironisch gezien was het juist hij, de man die de guerrilla oorlog had gevoerd en verbeterd en die talloze malen uit de handen van de Engelsen ontsnapte, werd gedood bij een guerrillahinderlaag door zijn vroegere metgezellen in zijn geboortestreek.

De burgeroorlog ging door tot en met mei 1923, toen de IRA een staakt-het-vuren afkondigde. De IRA gaf zich echter nooit officieel over, hoewel het Free State Army duidelijk had gewonnen. De burgeroorlog veranderde in een politieke strijd en Eamon de Valera die leider was van de verliezende partij van het conflict, werd in 1932 als premier gekozen. De Valera en later zijn partij in plaats van hem, bleef de volgende 50 jaar zijn macht behouden. Als resultaat daarvan zetten veel geschiedenisboeken die in deze tijd werden geschreven, Michael Collins in een kwaad daglicht. Maar na De Valera’s dood in 1975 is er een vernieuwde interesse in hem. Deze gaat uit van mensen die hetgeen wat hij voor hun land heeft gedaan, zijn gaan waarderen. Collins is zelfs gekozen tot de republikeinse man van de eeuw. Zelfs vandaag de dag blijft hij de meest omstreden man van de Ierse geschiedenis. Voor zijn aanhangers is hij degene die de Ieren zowel politiek als militair heeft geleid in hun revolutie en in de burgeroorlog, om uiteindelijk door moordenaars tot martelaar te zijn gemaakt.

Zijn tegenstanders zien hem als iemand die het doel van een Ierse Republiek heeft verraden. Het is waar dat Collins voor minder toegaf tijdens de onderhandelingen, maar hij zag het grondvesten van de Ierse vrijstaat als stap naar de republiek. Hij stelde tijdens de debatten over het verdrag dat het verdrag ‘ons de vrijheid geeft, niet de uiterste vrijheid die alle naties verlangen en ontwikkelen, maar de vrijheid om het te bereiken.’ Latere gebeurtenissen bewezen dat hij gelijk had, want onder de regering van De Valera nam Ierland in 1937 een nieuwe grondwet aan, die de Ierse vrijstaat afschafte. Het land werd bekend als Éire en verklaarde zichzelf als ‘soevereine, onafhankelijke, democratische staat.’

Uiteindelijk werd de Ierse republiek opgericht en verbrak het formeel alle banden met de Britse kroon en de Commonwealth. Het is de vraag wat Michael Collins had kunnen bereiken, als hij had geleefd en Ierland kon besturen in vredestijd. Het is zeker zo dat de relatie tussen Engeland en Ierland heel anders zou zijn als hij had geleefd en dat de problemen in Noord-Ierland waarschijnlijk veel eerder zouden zijn opgelost.

Zie ook:

De Ierse kwestie
Sinn-Fein

Celtic Webmerchant:

                    
Uitroep Ierse republiek € 41,95
    Enkelhandig Vikingzwaard € 70,15       Stalen armstukken  € 44,70

 
 

copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact