Keltische barden

Het woord bard wordt vandaag de dag met veel verschillende dingen geassocieerd. Het is een man in wit gewaad met een lier, het is een persoon als Shakespeare en Robert Burns en het is een indrukwekkende heer die de Welshe Eisteddfod voorzit.

In de afgelegen delen van sommige Keltische landen zijn er nog steeds barden die oude liederen en verhalen zingen. Soms schrijven ze zelfs nog liederen, een eeuw geleden schreef de oude bard van de Hebriden nog lovend over de eerste radiomast die op zijn eiland werd opgericht.

Als we een gemeenschappelijke eigenschap van deze zeer verschillende personen zouden moeten noemen, zou dat zijn dat ze geenszins lijken op de originele, Keltische barden. De bard was een leerling-druïde en hoorde dus bij de religieuze klasse. Daarom was de poëzie die hij schreef met name religieus en ritueel. Hij onthield de geschiedenis, verhalen, legenden, gezangen en gedichten van zijn volk. Waar hij naartoe reisde, werd hij geëerd en hij had diplomatieke onschendbaarheid. Voor de uitvinding van de drukpers waren boeken en schrijvers zeer duur en het laatste nieuws werd langzaam en inaccuraat doorgegeven. De bard kon door zijn onderwijs in de orale traditie vertrouwd worden, als het nou ging om de laatste roddels van het hof, een mislukte oogst in het zuiden of om welke weg veilig was te bereizen. In sommige dorpen was hij de enige betrouwbare bron van informatie.

In Groot-Brittannië en Ierland hadden lokale koningen, prinsen en stamhoofden barden in dienst en gaven hen giften voor hun werk. De barden speelden harp, zongen treur- en lofzangen over beroemde mensen en vertelden verhalen. Sommige kloosters hadden ook een bard in dienst als geschiedschrijver en genealogist.

Barden in Wales en Cornwall
De wetten van Hywel Dda onderscheiden twee klassen barden: de bardd teulu, een permanente werknemer in het huishouden van de koning, en de pencerdd, het hoofd van de barden in een district. Dergelijke klassen zijn ook in Schotland, Ierland en andere Indo-Europese ethnische groepen te vinden, bijvoorbeeld de Anglo-Saksische scop en de Scandinavische skald.

De barden waren in verschillende niveaus georganiseerd en moesten een lange leerweg ondergaan, waarin ze veel kennis en vaardigheden opdeden, voordat ze zich professioneel aan hun vak konden wijden.

Vanaf de 12de en 13de eeuw werden de Welshe barden niet langer in het koninklijk huishouden aangesteld en hun positie veranderde geleidelijk door het begin van de Engelse overheersing. Er kwamen er meer en net zoals edelen in Frankrijk troubadours en trouvères werden, zo werden sommige Welshe prinsen barden. Zij  hadden altijd hun volk aangemoedigd en gesteund in moeilijke tijden, maar door de Engelse invloeden werden hun recitaties over vrijheid vaak rebels gezien. Daarom werden er veel wetten uitgevaardigd om het bardendom af te schaffen. In Cornwall begon bard sukkel te betekenen en in andere gebieden werd het kleinerend gebruikt. In alle Keltische gebieden bleef de bard echter in functie en tot in de 19de eeuw waren harpisten nog steeds actief in adellijke huizen.

De poëet en musicus van vroegere tijden was echter vrijwel geheel verdwenen. Hoewel poëzie en muziek lange tijd samengingen begon de gedeeltelijke scheiding zeer vroeg en zelfs in de middeleeuwen werden muzikale en poëtische barden tot op zekere hoogte als aparte klasse gezien. Vandaag de dag wordt de winnaar van een eisteddfod ‘bard’ genoemd, zowel in poëzie als in muziek.

Barden in Ierland en Schotland
In de middeleeuwse samenleving van Ierland en Schotland werden geleerde mannen onderverdeeld door een kastensysteem met verschillende benamingen: draio of druïde, fili / file of poeëet-ziener, breitheamh of wetspreker en seanchaidh of historicus.  De bard was een lagere klasse dan de genoemde beroepen.

Tot de Normandische verovering specialiseerden de filidh zich in een vorm van hoge poëzie met Keltische geschiedenis en mythen als onderwerp en behielden zij een deel van hun heidense karakter. De bard kreeg volgens een Ierse bron uit de 10de eeuw de helft van de eerprijs van de fili en was geen geleerd man.

De barden werden in klassen onderverdeeld. De twee belangrijkste klassen waren de soerbaird, geëerde barden, en de doerbaird, de normale barden. Deze werden weer in acht andere gradaties ingedeeld, mogelijk naar de familie of de intelligentie van de bard. Waarschijnlijk was deze indeling eerder theoretisch dan praktisch.

De oorspronkelijke functie van de bard was het maken en voordragen van lofzangen. Toen na de Normandische invasie van Ierland het beschermheerschap van de filidh verdween, bleef dit bestaan als deel van de overgebleven glorie van de Ierse koningen. Vanaf die tijd werd het ambt van bard en fili één en heetten ze alleen nog maar filidh.

Tussen 1200 en 1650 gebruikten zij een zorgvuldig en subtiel metrisch systeem, in zowel Ierland als Schotland in het klassiek Gaelic geschreven. Ze werden op scholen onderwezen, mogelijk duurde dit zeven jaar. Veel van de poëzie uit deze periode is overgebleven en bestaat niet alleen uit lofzangen, maar ook uit religieuze, Ossianische en liefdesverzen. De fili had, zoals geloofd werd, de macht ziek te maken, te verwonden of te doden door zijn satirische gedichten. Degene die bard werd genoemd, had als taak poëzie of proza te reciteren of zang te begeleiden, niet te componeren.

Na de introductie van het feodale stelsel in Schotland, waarbij de hoftaal van Gaelic naar Frans naar Schots veranderde, begon de klassieke traditie te verdwijnen, maar de status van de lofzingende bard verbeterde. Vandaag de dag is de Schots-Gaelic benaming van een dichter nog steeds ‘bard’ en rond de 17de eeuw had het oude Gaelic plaatsgemaakt voor het Schots-Gaelic. Veel van de nieuwe dichters schreven tot de 18de eeuw niets op, omdat de dichterlijke traditie vooral mondeling werd overgedragen. De diplomatieke onschendbaarheid en grote eer bleven tot in die tijd bestaan.

De literaire traditie van de Gaelic bardische poëzie verdween in Ierland in de 17de eeuw, in Schotland werd het tot het midden van de 18de eeuw beoefend. Helaas zijn er vanaf de 16de eeuw weinig werken uit Schotland overgebleven. Met de opleving van de Keltische cultuur in de 20ste eeuw werd ook de bardentraditie weer in gang gezet. Er zijn weer schrijvers van bardische poëzie en sommigen dragen dit ook voor, vol humor en zelfspot inspelend op lokale en nationale gebeurtenissen. Zoals het grootste gedeelte van de Gaelic poëzie worden deze werken meestal gezongen.

Zie ook:

Koning Arthur

Het Welsh

Kelten, Saksen en Vikingen

Celtic Webmerchant:

c                
Epona amulet   18,-                                 
Britse torque € 80,-                        Keltisch amulet  € 100,-

 
 

copyright © 2009 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact