De
onafhankelijkheidsoorlog op de Ierse zee
Nadat Schotland de westelijke
eilanden had heroverd op Haakon, de Noorse koning, ontstond er een goede
politieke relatie tussen Noorwegen en Schotland. De koninkrijken van de
eilanden werden bij het koninkrijk Schotland gevoegd. De voormalig
koningen van de eilanden werden Schotse lords, zoals dat in het feodale
stelsel hoorde. De heerschappij van Alexander de 3de leek
sprookjesachtig goed te gaan, zeker in tegenstelling tot Schotlands
buurland Engeland. Maar ook Alexander werd oud en hij stierf in 1286
door een val van een klif. Schotland kwam zonder troonopvolger te zitten
en de Engelse koning Edward de 1ste zag zijn kans om Schotland in te
nemen. In de onafhankelijkheidoorlÓgdie hierop volgde, zouden de
voormalig koninkrijken van de eilanden een prominente rol spelen.
Het was de
onafhankelijkheidoorlÓgwaarin de integratie van het westen in het
koninkrijk van Schotland op de proef werd gesteld. Tijdens de late 13de
en vroege 14de eeuw voerden de MacDougalls en de MacDonalds oorlÓgmet
elkaar om gebiedsuitbreiding. Dit was eigenlijk niet opmerkelijk,
aangezien de twee clans al vanaf de dood van Somerled in 1164 met elkaar
vochten om gebiedsuitbreiding. Maar doordat deze koninkrijken nu
officieel onderdeel van Schotland waren, moesten de MacDonalds en de
MacDougalls in het grotere geheel van een oorlÓgtussen Schotland en
Engeland manoeuvreren en kozen ze beide een andere kant.
Er zijn weinig bronnen over
de oorlogen in het westen rond deze tijd en veel van wat er precies
gebeurde, weten we niet. We weten echter wel dat dit conflict de
machtsverdeling in Groot-Brittannië voor altijd deed veranderen.
Angus Mór MacDonald
Angus Mór (zoon van Donald,
zoon van Reginald, zoon van Somerled) was een belangrijk figuur in de
Ierse onafhankelijkheidsoorlogen tegen de Engelse bezetters. Met zijn
oom van clan Ruairi leverde hij huursoldaten en galloglass aan de Ierse
koningen. Het conflict op Ierse bodem vormde een bedreiging voor de
goede relaties tussen de Schotse koning Alexander de 3de een de Engelse
koning Henry de 3de. Om er zeker van te zijn dat Angus zich rustig zou
houden, nam Alexander Angus' zoon Alexander Óg tussen 1264 en 1266 als
gijzelaar in Ayr.
In 1286 tekenden Angus Mór,
zijn oudste zoon Alexander Mór, de Bruces, de Stewards en nog enkele
lords het verdrag van Turnberry, waarin ze een alliantie sloten met
Richard de Burgh, earl van Ulster, en Thomas de Clare. De precieze
redenen hiervoor zijn onbekend, mogelijk kwam het doordat Robert Bruce,
de grootvader van de koning, een zwager was van Thomas de Clare. Het is
vrijwel zeker dat er meer achter deze handelingen zat, voor Angus
leverde het een handelsbron voor huursoldaten op en mogelijk had Robert
in zijn achterhoofd dat hij met Ierse troepen ook zijn rivaal Balliol
kon uitschakelen. Het belangrijkste kasteel van de Bruce was in
Turnberry in Ayreshire, niet ver van Islay, waardoor beide lordschappen
vrijwel buren waren. Het zou dus logisch zijn dat in tijd van een
conflict de MacDonalds de kant van Bruce zouden kiezen.
MacDougalls
De politiek bij de
rivaliserende clan MacDougall zag er geheel anders uit. Alexander van
Argyll (zoon van Eoin, zoon van Duncan, zoon van Dugald, zoon van
Somerled) was getrouwd met een dochter van John Comyn de Rode en de
Comyns waren de trouwe bondgenoten van de Balliols. De zus van John
Balliol was getrouwd met John Comyn. Het was dus logisch voor Alexander
MacDougall om de zaak van de Balliols te steunen.
Het is onbekend hoe de zoons
van Somerled reageerden op de keuze van John Balliol als nieuwe koning
van Schotland in 1292. In 1293 werd Alexander MacDougall sheriff van
Lorn en vertegenwoordiger van de koning in vrijwel geheel west
Schotland. Enkele weken later eiste Alexander van Angus, leider van clan
Donald, om trouw aan hem te zweren.
Rond 1291 trouwde Alexander
Óg met Juliana, mogelijk de zus of dochter van Alexander MacDougall. Dit
veroorzaakte mogelijk een conflict om een stuk land. De ruzie werd aan
koning John voorgelegd, maar diens oordeel is onbekend. Mogelijk was dit
gebied Lismore en was het met Juliana als bruidsschat meegegeven. Dit
conflict liep tussen 1296 en 1306 parallel aan de oorlog tussen Engeland
en Schotland.
Net als de meeste Schotse
edelen had Alexander MacDougall in 1296 de Ragman Rolls getekend,
waarmee hij trouw zwoor aan koning Edward de 1ste van Engeland. Hij was
echter niet populair bij de andere Schotse lords. Alexander Stewart,
earl van Menteith en heer van Knapdale, vormde in hetzelfde jaar een
commissie om de bezittingen van Alexander MacDougall en zijn zoon John
in beslag te nemen, waaronder forten, kastelen, eilanden en land, omdat
hij nog geen vrede met hem had gesloten. Wat er hierna gebeurde is
onduidelijk, maar de informatie die daarna wordt gegeven is dat
Alexander gevangen werd gehouden in Berwick Castle. Hij werd echter al
snel weer vrijgelaten en maakte gretig gebruik van het ontbrekende gezag
in west-Schotland om zijn gebieden uit te breiden.
In 1297 schreef Alexander
MacDonald aan Edward de 1ste dat er gebieden van MacDonald zijn
aangevallen door Alexander MacDougall die in mei dat jaar vrijgelaten
was. In een andere brief aan Edward schreef hij dat Alexander MacDougall
onderdak bood aan vijanden van koning Edward, waaronder Lachlan
MacRuairi, en dat Alexander hem hielp bij het bouwen van enorme
oorlogsgaleien. In dezelfde brief schreef hij dat nog geen cent van het
beloofde geld van Engeland was ontvangen.
De uitbreidingswoede van
MacDougall was groot. In 1296 vielen de MacDougalls de Campbells aan en
doodden hun leider Colin Mór. Na deze overwinning had Alexander
MacDougall een groot deel van het gebied van de Campbells in zijn macht,
waaronder Lochawe en Ardtornish. Ook clan MacSween schreef aan Edward
dat er land van hem was ingenomen door John MacDougall. Deze militaire
actie werd ondernomen met sir John Menteith. Dit verklaard waarom John
MacSween in 1301 in Engelse dienst was. Hij hoopte waarschijnlijk in
ruil voor zijn diensten het gebied van Knapdale op de Menteiths te
herwinnen, maar uiteindelijk kwam hij bedrogen uit, want de Engelse
koning antwoordde dat hij het mocht heroveren, maar geen steun kreeg.
Waarschijnlijk deden de MacSweens hier enkele, vergeefse pogingen toe.
Uiteindelijk eindigden ze als galloglass huursoldaten in Ierland.
De MacDonalds en de
MacDougalls
Alexander Óg MacDonald en
zijn jongere broer Angus Óg waren in tegenstelling tot de MacDougalls
tussen 1296 en 1301 de loyale dienaren van Edward de 1ste van Engeland.
Ze
werden bevolen om Kintyre in te nemen, wat rond deze tijd van de
afgezette koning John Balliol was, en het overdragen aan de onbekende
Malcolm le fiz Lengleys. Later schreef Alexander dat er veel chiefs in
Kintyre niet loyaal waren aan de koning van Engeland, dat hij het land
van de Stewards al had ingenomen en momenteel Dunaverty belegerde.
Alexander ontving een bedrag van 100 pond als beloning van goede dienst.
De koninkrijken waren weer net zo vrij als voordat ze in het koninkrijk
van Schotland waren opgenomen. In tegenstelling tot toen werden ze nu
ook nog uitbetaald door de koning van Engeland.
Rond deze tijd verscheen ook
Alexanders broer Angus ten tonele. In 1297 voerde hij met zijn broer
campagne tegen de MacRuairi's. In deze campagne vonden verschillende
zeeslagen plaats. In 1301 leidden de broers een maritieme operatie uit
tegen de MacDougalls. In hetzelfde jaar vroeg Angus aan Edward of
Alexander MacDougall zich al had overgegeven, en, indien dit niet het
geval was, of hij dan toestemming kreeg om Hugh Bisset te steunen in
zijn campagne om Alexander en Edwards andere vijanden te vernietigen.
Hugh Bisset schreef toen dat Angus Óg en John MacSween hem in zijn
maritieme acties tegen Alexander MacDougall steunden.
De MacDougalls en de
MacDonalds stonden duidelijk lijnrecht tegenover elkaar. De MacDonalds
waren alleen loyaal aan de Engelsen omdat de MacDougalls loyaal waren
aan de Comyns en Balliols. In praktijk had Edward van Engeland totaal
geen macht over dit gebied, maar personen zoals John MacSween en
Alexander en Angus MacDonald lieten hem denken dat hij dat wel had.
Duidelijk is dat beide partijen totaal geen patriottisme tegenover
Schotland hadden maar slechts gedreven werden om hun eigen koninkrijk in
stand te houden. Wanneer we zien dat dit gebied nog geen 35 jaar van
Schotland was voordat de oorlog uitbrak, is dit ook logisch te
verklaren. De partijen gebruiken Edward de 1ste simpelweg om hun doel te
bereiken.
Door maritieme activiteiten van de MacDonalds waren de MacDougalls
gedwongen zich over te geven aan Edward de 1ste. In 1301 sloot Alexander
MacDougall vrede. In 1304 excuseerde John MacDougall zich tegenover
Edward dat hij niet naar het parlement in St Andrews kon komen omdat hij
ziek was. De koning antwoordde dat hij hem en zijn loyaliteit
vertrouwde. De verhouding tussen de MacDougalls en Engeland werd steeds
beter en het was voor MacDonald niet meer mogelijk om iets tegen de
MacDougalls te doen.
Tussen 1301 en 1306 zijn er
vrijwel geen bronnen van de MacDonalds. John van Fordun vermeld dat
Alexander gevangen was gezet door Edward Bruce, broer van Robert the
Bruce, dit lijkt onwaarschijnlijk en John was hier zelf ook niet zeker
van. Andere bronnen vermeldden dat de clansmen van MacDonald de voorkeur
hadden voor Angus als hun leider en dat hij zijn broer verving. wat in
het Gaelic stelsel goed mogelijk was. Maar het meest logische is de
vermelding in de Annalen van Ulster, die vermelden dat Alexander
MacDonald en een groot aantal van zijn mannen in 1299 sneuvelden door
Alexander MacDougall. Vandaar dat er vanaf 1301 niets meer over hem is
vermeld. Angus Óg nam de leiding en het lordschap van MacDonald over.
Het was Alexander die in 1297 de MacRuairis onderwierp, maar het was
zijn broer die de uiteindelijke slag aan de MacDougalls zou toebrengen.
Robert de zomerkoning
Op 10 februari 1306 doodde
Robert the Bruce zijn rivaal John Comyn in de kerk van Greyfriars in
Dumfries. De moord op Comyn zorgde ervoor dat de Comyns en hun
volgelingen bittere rivalen werden van Robert the Bruce. Het is
onwaarschijnlijk dat Bruce bewust naar de kerk was gekomen om zijn
rivaal te doden. Dergelijke gebeurtenissen zouden een grote smet werpen
op zijn reputatie en zouden hem van een koningschap van Schotland
onthouden. Bruce vroeg vergiffenis aan koning Edward om zo de furie van
de Comyns te ontlopen. Toen er geen reactie van het hof terugkwam, was
er geen andere mogelijkheid meer dan een aantal kastelen in
West-Schotland in te nemen. Mogelijk verwachtte Bruce extra troepen uit
Ierland, wat ook wel nodig was, omdat de Balliols en de Comyns zich
onmiddellijk aan de zijde van Engeland schaarden.
Robert liet zichzelf kronen
in Scone en werd zo koning van Schotland. Bruce kon rekenen op de steun
van James Douglas, zijn neef Thomas Randolph, Reginald Crawford, Robert
Boyd, Neil Campbell, Gilbert Hay en Simon Fraser, enkele van de meest
standvastige tegenstanders van Edward de 1ste. Veel anderen bemoeiden
zich niet met deze opstand of waren aanhangers van Edward de 1ste. In
Bruce' daaropvolgende campagne werd geld verzameld, vaak van de
handelssteden in oost Schotland. Intussen rukten de Engelse troepen op
en Aymer de Valence nam met 300 cavaleristen en 2.000 infanteristen
Perth in. Robert ging de confrontatie aan, maar werd keihard verslagen
bij Methven. Robert wist ter nauwer nood te ontsnappen met zijn
cavalerie maar ze werden een dag later nogmaals verslagen bij Loch Tay.
Veel van zijn volgelingen werden gevangen genomen, Menteith had de
opstand gesteund en verloor zijn positie. Bruce en zijn familie
vluchtten richting het westen, recht in de armen van de MacDougalls.
Hier leed Bruce nogmaals een nederlaag, waarna de wegen van hem en zijn
familie splitsten. Zijn familie werd al snel gevangen genomen. Zo kwam
Bruce in de landen van Lennox, Campbell en MacDonald terecht. Hij was
een vluchteling die zich in de bossen en bergen verborgen hield. Wat
zijn plannen waren, is onbekend, hij zou naar Noorwegen hebben kunnen
vluchten, daar was zijn zus koningin. Ook kon hij naar Ierland, maar dit
is onwaarschijnlijk aangezien ze hem daar vermoedelijk aan de Engelsen
hadden uitgeleverd.
De moord op John Comyn had
ook grote gevolgen voor de politiek van de eilanden, doordat de
MacDougalls nu een Engelse politiek gingen voeren. In 1306 verschijnt
Angus Óg weer in de bronnen, maar deze keer als een aanhanger van Robert
the Bruce. De MacDonalds hoopten altijd dat krijgsdienst voor de Engelse
koning in hun voordeel zou werken om de gebieden van de MacDougalls in
te kunnen nemen. Het is duidelijk dat tot 1301 zowel de koning van
Engeland als de lord van Islay hoopten op de neergang van MacDougall.
Maar nu MacDougall in het Engelse kamp zat, had een alliantie met de
Engelsen voor Angus Óg geen nut meer. Nu the Bruce en de MacDougalls in
een bittere strijd verwikkeld waren, had een alliantie met Bruce meer
nut om dat doel te bereiken. Hierdoor konden de MacDonalds hun wapens
weer opnemen om de oude vijand aan te vallen.
Uiteraard had de oude
alliantie tussen de MacDonalds en de Bruce zijn sporen nagelaten en
wisten beide partijen elkaar te vinden. Angus werd één van Roberts
belangrijkste bondgenoten die hem in de situatie van 1306 zijn leven zou
redden. Vermoedelijk vluchtte Bruce via het land van Campbell en Lennox
naar Loch Lomond. Barbour schreef in 1370 dat
Bruce naar Dunaverty in
Kintyre vluchtte, waar hij Angus Óg ontmoette, en dat niet lang daarna
het kasteel door Engelse troepen werd belegerd. We weten echter niet in
wiens handen Dunaverty was rond deze tijd, de kans is groot dat hij noch
in handen was van Angus, noch van Bruce en dat Barbour zich vergistte
tussen Dunaverty en Dunyveg op Islay. Aan loch Lomond scheepten ze in en
voeren de zee op, mogelijk naar Dunyveg wat de meest logische keuze zou
zijn geweest. Dunyveg was een machtig zeekasteel van Angus Óg, lord van
Islay. De naam betekent "het kasteel van de nyvaig", een type
oorlogsschip dat op de eilanden werd gebruikt. Lagavullin bay, waaraan
het kasteel gelegen was, is een natuurlijke baai die ideaal is om
oorlogsschepen te bergen.Het kasteel was bedoeld om deze baai te
beschermen en deze combinatie van land en zeemacht was voor de Engelsen
onveroverbaar.
Wat daarop volgde is
onbekend, het is onduidelijk waar Bruce verbleef en de wildste
speculaties doen de ronde. Het land waarover de Bruce familie van
oudsher regeerde, was Carrick, relatief makkelijk bereikbaar vanaf Islay.
Bruce kon ook rekenen op de steun van de clan MacRuairi. Christiana was
de dochter van Alan MacRuairi en familie van de Bruce eerste vrouw.
Mogelijk hadden de clans MacDonald en MacRuairi hun geschillen bijgelegd
en zich beide aan de kant van Bruce geschaard. De Engelsen verwachtten
dat Bruce zich ergens in de gebieden tussen Ierland en Schotland ophield
en Simon Montacute kreeg het bevel over de vloot die tussen deze landen
patrouilleerde. De sheriff van Cumberland kreeg het bevel om zijn
schepen naar Ayr te sturen en persoonlijk mee te gaan. Simon Montacute
was niet zomaar een Engelse volgeling, hij was baron van Somerset en had
zijn oog op het eiland Man en mogelijk het lordschap van de eilanden
laten vallen. Via land arriveerde William le Jettoir, Aymer de Valence
en John van Menteith om af te wachten wanneer Bruce zijn schuilplaats
zou verlaten. Intussen voerden de broers van Bruce campagne om troepen
te werven in Ierland. Uit deze periode komt ook de brief van Bruce aan
alle koningen van Ierland. Hierin beschreef hij de gedeelde Keltische
cultuur, gewoontes, taal, ras en vijand. Hij vroeg daarin aan de Ieren
om samen de oorlog in te gaan tegen de Engelsen en zo hun natie te
herstellen in zijn rechtmatige vrijheid. Mogelijk waren het Thomas en
Alexander Bruce die deze campagne persoonlijk in Ierland hielden. Rond
deze tijd was Bruce zelf vermoedelijk druk bezig fondsen en soldaten te
werven voor een nieuwe oorlog.
Al is er geen bewijs van de
aanwezigheid van kern en galloglass in Bruce' leger, de tactieken die in
de nieuwe oorlog werden gevoerd waren duidelijk gebaseerd op de
oorlogvoering van de Gaelic volkeren. Rond 29 september landde Bruce in
Kintyre met een leger Ieren en krijgers van de Hebriden. Hier inde hij
geld, omdat hij de earl van Carrick was. Ook viel hij het leger van
Henry Percy aan. Rond deze tijd was Dunaverty net gevallen en het
schiereiland van Kintyre moet vol zijn geweest met Anglo-Schotse en
Engelse troepen. Het was slechts een kwestie van tijd voordat de nieuwe
oorlog zou beginnen.
Vanaf 1306 gebruikte Bruce
duidelijk een andere vorm van oorlogvoering dan daarvoor. Vier elementen
typeerden zijn tactiek; hij maakte kastelen met de grond toe gelijk, hij
chanteerde mensen om zeker te zijn van loyaliteit of neutraliteit, hij
maakte gebruik van het terrein en viel niet aan, tenzij een vijandelijk
leger aanviel, en hij brandde vijandig land plat of stal het leeg - hij
bleek hier uitzonderlijk goed in te zijn en maakte grondstoffen onklaar
waardoor er tekorten ontstonden, voordat hij terugtrok.
Intussen had sir James
Douglas zijn eigen conflicten met de Engelsen, die Lanarkshire van hem
hadden ingenomen. Vermoedelijk had Douglas tot het eind goede contacten
in de Engelse kringen en alleen omdat hij niet deelnam aan de slag bij
Methven toont dat Douglas wel degelijk achter Bruce stond. Beiden
woonden rond deze tijd in de bossen en werden bron van romantische
verhalen. Voordat Edward de 1ste stierf organiseerde hij nog
een nieuwe campagne naar het noorden, maar hij stierf in noord Engeland
in het zicht van Schotland.
MacRuairi
Edwards zoon, Edward de 2de,
zette nu de expeditie voort, maar trok binnen enkele
maanden alweer
terug. In deze situatie lijkt de volgende zet van Bruce duidelijk, uit
een brief geschreven in mei 1307 blijkt dat er in Ross, noord-Schotland,
al een opstand was ontstaan. In de brief staat dat als Bruce naar het
noorden zou kunnen trekken, hij één front zou hebben. Ook dit wijst weer
op activiteiten van de Gaelic lordschappen. Een opstand in Ross kan
alleen maar het werk zijn geweest van MacRuairi. Tot aan eind september
trok of voer Bruce via de Great Glen naar Inverness, Nairn en Urquhart
om af te handelen met zijn Schotse vijanden. Opvallend is dat deze
gebieden juist erg makkelijk bereikbaar zijn per schip, wanneer we er
vanuit gaan dat er gebruik werd gemaakt van de Tarberts, plaatsen waar
de boot over land gedragen kan worden, daar. Het lijkt erop dat de
herovering van Schotland zonder de koninkrijken van de Hebriden
onmogelijk was geweest.
In 1308 werd er aan Bruce'
kant nog een campagne uitgevoerd die slechts mogelijk was met hulp
vanuit de Ierse zee. Al zijn er weinig bronnen uit die tijd die melding
maken van de herovering van Galloway, zowel Barbour, Fordun en Bower
lijken het erover eens dat Edward Bruce samen met Donald van Islay, de
neef van Angus Óg, deze missie ondernam. Dit is de eerste individuele
actie die Edward Bruce in de bronnen ondernam en later zou hij tijdens
zijn campagnes in Ierland opnieuw aangewezen zijn op zijn bondgenoten
van de Ierse Zee.
MacDougalls en Brander
Pass
De volgende stap van Bruce
was af te rekenen met clan MacDougall. Uiteraard werd hij hierbij in
ieder geval graag door de MacDonalds gesteund. De clan werd geleid door
Bruce' rivaal Alexander en zijn zoon John MacDougall. Mogelijk vonden
Bruce' eerste acties in Argyll al plaats rond 1308. In een brief uit
maart 1309 beschrijft John MacDougall hoe Bruce met een groot leger en
veel galeien voor de poorten van het kasteel Dunstaffnage verscheen.
John scheen een vredesverdrag met een geldsom te hebben gesloten,
aangezien hij zonder steun van Engeland onmogelijk dit leger zou kunnen
verslaan.
Later dit jaar zette
Alexander MacDougall een hinderlaag op bij Brander Pass. Bruce moest
door deze pas trekken om Dunstaffnage te belegeren. De locatie van deze
slag was waarschijnlijk bij Ben Cruachan, aan het strand van loch Etive.
De tactieken die in deze slag werden gebruikt zijn typerend voor de
technieken die door Gaelic krijgers tussen 800 en 1600 werden gebruikt.
Het hoofdleger van Bruce moest onvermijdelijk langs de bergpas trekken.
Uit voorzorg positioneerde Bruce daarom een deel van zijn leger,
mogelijk kerns en lichte boogschutters, onder leiding van James Douglas
op de hogere toppen van Ben Cruachan. Het vijandelijk leger kwam klem te
zitten tussen twee legers van Bruce en leidde enorme verliezen. Al snel
sloegen ze op de vlucht. John vluchtte met een galei naar Ierland. Na de
slag werd Dunstaffnage zonder verder geweld overgegeven aan Bruce. Dit
betekende het eind van de MacDougalls overheersing.
Het eiland Man
Bruce hoopte op een snelle
herovering van het eiland Man. Vermoedelijk wilde hij dit eiland
gebruiken om van daaruit campagnes te kunnen voeren tegen de Engelse
overheersers van Ierland. De Schotse koning was zich goed bewust van het
strategische belang van dit eiland, omdat het de sleutel tot de Ierse
zee was. En inderdaad bleek dat het eiland Man een vitaal deel uitmaakte
van de invasie van Ierland in 1315.
Het was mogelijk een reactie
op Bruce' activiteiten op Man in 1310 dat de Engelse koning aan
verschillende steden beval direct hun vloot naar Man te sturen om daar
de Schotten op elke mogelijke manier te bestrijden. Op het eiland zelf
werd het bevel uitgevaardigd om iedere man die maar pro Bruce kon zijn,
direct te arresteren. Vergelijkbare brieven werden aan Wales en Ierland
geschreven. Het bewijs van Schotse maritieme activiteiten in deze regio
wordt nogmaals gegeven in Holyhead. In 1315 enterde de Schotse marine
hier een Engels schip.
In Engeland zelf was het
eiland Man politiek gezien een onderwerp van discussie. Edward de 2de
had het eiland aan Piers Gaveston beloofd maar in 1310 was het eiland
nog steeds onder de gezag van Bek en zijn steward Gilbert Makaskyl en na
diens dood in 1311 werd het eiland aan sir Henry Beaumont, een van 's
konings neven, gegeven. Maar in april 1313 werd het eiland plotseling
belegerd door Simon Montagu, die het claimde. Het is geen wonder dat
Bruce zijn kans greep en nog hetzelfde jaar het eiland innam. Bruce
landde in Ramsey met een enorme vloot en een paar dagen later, op 21
mei, begon hij de belegering van Rushen castle. Dit kasteel werd
verdedigd door Dugal MacDougall maar viel al in 12 juni.
Bannockburn
We weten dat Angus Óg met
vermoedelijk een leger van MacRuairi en MacDonalds in 1314 aan de
rechterkant van het Schotse leger tijdens de slag van Bannockburn vocht.
Hierover is verder weinig specifieke informatie bekend en verwacht wordt
dat zijn aanwezigheid geen doorslaggevende rol speelde bij deze
veldslag.
Ierland
De Ierland campagne tijdens
de onafhankelijkheidoorlog is een verhaal op zich. Hierover zal in later
onderzoek uitgebreider worden ingegaan. Duidelijk is dat Robert the
Bruce goede
contacten in Ierland had en het eiland in ieder geval vier
keer bezocht. Hij, waarschijnlijk ook de noord- en west-Schotse
bevolking en de Ierse bevolking waren zich bewust van hun gedeelde
Keltische cultuur. Het was ook niet onlogisch dat Ierland betrokken zou
raken in de conflicten tussen Schotland en Engeland. In elke oorlog
tussen Ierland en Engeland vochten Schotten mee. De Ieren waren altijd
bereid over te komen om oorlog tegen hun vijanden te voeren.
De brief die Bruce
vermoedelijk in 1306 opstelde is daardoor slechts het bewijs van zijn
bereidwilligheid om beide landen te verenigen als een Keltische natie en
samen de gemeenschappelijke vijand aan te vallen. Een aantal punten van
Bruce relatie met Ierland zijn nog onduidelijk. Bijvoorbeeld de reden
waarom Bruce de dure expeditie naar Ierland ondernam en wat zijn kansen
hierin waren. Mogelijk dacht hij dat hij de koninkrijken en lordschappen
van Ierland kon verenigen en werd hij vanaf het begin van zijn campagnes
al meer door Ierland gesteund dan we weten. Het waarschijnlijkste is dat
Bruce inderdaad streefde naar een verenigde Keltische natie, waaronder
ook Wales zou vallen.
De bevolking van de westkust
kende Ierland al net zo goed als de Ieren zelf en steunde de campagne
direct. Uiteindelijk liep hij uit op een grote nederlaag door een
cruciale inschattingsfout van Edward Bruce. Dat zorgde er echter niet
voor dat de galloglass van de Schotse westkust tot driehonderd jaar
later nog steeds op Ierse bodem tegen dezelfde vijand zou vechten.
Zie ook:
Somerled
oud-Iers recht
Finlaggan
Celtic Webmerchant:

Galloglass
helm
€
140,- Galloglass
wambuis
€
100,-
Iona cross
€
14,75 |