|
|
|
||||
|
|
De onafhankelijkheidsoorlog op de Ierse zee
Het was de onafhankelijkheidoorlÓgwaarin de integratie van het westen in het koninkrijk van Schotland op de proef werd gesteld. Tijdens de late 13de en vroege 14de eeuw voerden de MacDougalls en de MacDonalds oorlÓgmet elkaar om gebiedsuitbreiding. Dit was eigenlijk niet opmerkelijk, aangezien de twee clans al vanaf de dood van Somerled in 1164 met elkaar vochten om gebiedsuitbreiding. Maar doordat deze koninkrijken nu officieel onderdeel van Schotland waren, moesten de MacDonalds en de MacDougalls in het grotere geheel van een oorlÓgtussen Schotland en Engeland manoeuvreren en kozen ze beide een andere kant. Er zijn weinig bronnen over de oorlogen in het westen rond deze tijd en veel van wat er precies gebeurde, weten we niet. We weten echter wel dat dit conflict de machtsverdeling in Groot-Brittannië voor altijd deed veranderen.
Angus Mór MacDonald
MacDougalls Het is onbekend hoe de zoons van Somerled reageerden op de keuze van John Balliol als nieuwe koning van Schotland in 1292. In 1293 werd Alexander MacDougall sheriff van Lorn en vertegenwoordiger van de koning in vrijwel geheel west Schotland. Enkele weken later eiste Alexander van Angus, leider van clan Donald, om trouw aan hem te zweren.
Net als de meeste Schotse edelen had Alexander MacDougall in 1296 de Ragman Rolls getekend, waarmee hij trouw zwoor aan koning Edward de 1ste van Engeland. Hij was echter niet populair bij de andere Schotse lords. Alexander Stewart, earl van Menteith en heer van Knapdale, vormde in hetzelfde jaar een commissie om de bezittingen van Alexander MacDougall en zijn zoon John in beslag te nemen, waaronder forten, kastelen, eilanden en land, omdat hij nog geen vrede met hem had gesloten. Wat er hierna gebeurde is onduidelijk, maar de informatie die daarna wordt gegeven is dat Alexander gevangen werd gehouden in Berwick Castle. Hij werd echter al snel weer vrijgelaten en maakte gretig gebruik van het ontbrekende gezag in west-Schotland om zijn gebieden uit te breiden. In 1297 schreef Alexander MacDonald aan Edward de 1ste dat er gebieden van MacDonald zijn aangevallen door Alexander MacDougall die in mei dat jaar vrijgelaten was. In een andere brief aan Edward schreef hij dat Alexander MacDougall onderdak bood aan vijanden van koning Edward, waaronder Lachlan MacRuairi, en dat Alexander hem hielp bij het bouwen van enorme oorlogsgaleien. In dezelfde brief schreef hij dat nog geen cent van het beloofde geld van Engeland was ontvangen. De uitbreidingswoede van MacDougall was groot. In 1296 vielen de MacDougalls de Campbells aan en doodden hun leider Colin Mór. Na deze overwinning had Alexander MacDougall een groot deel van het gebied van de Campbells in zijn macht, waaronder Lochawe en Ardtornish. Ook clan MacSween schreef aan Edward dat er land van hem was ingenomen door John MacDougall. Deze militaire actie werd ondernomen met sir John Menteith. Dit verklaard waarom John MacSween in 1301 in Engelse dienst was. Hij hoopte waarschijnlijk in ruil voor zijn diensten het gebied van Knapdale op de Menteiths te herwinnen, maar uiteindelijk kwam hij bedrogen uit, want de Engelse koning antwoordde dat hij het mocht heroveren, maar geen steun kreeg. Waarschijnlijk deden de MacSweens hier enkele, vergeefse pogingen toe. Uiteindelijk eindigden ze als galloglass huursoldaten in Ierland.
De MacDonalds en de
MacDougalls Rond deze tijd verscheen ook Alexanders broer Angus ten tonele. In 1297 voerde hij met zijn broer campagne tegen de MacRuairi's. In deze campagne vonden verschillende zeeslagen plaats. In 1301 leidden de broers een maritieme operatie uit tegen de MacDougalls. In hetzelfde jaar vroeg Angus aan Edward of Alexander MacDougall zich al had overgegeven, en, indien dit niet het geval was, of hij dan toestemming kreeg om Hugh Bisset te steunen in zijn campagne om Alexander en Edwards andere vijanden te vernietigen. Hugh Bisset schreef toen dat Angus Óg en John MacSween hem in zijn maritieme acties tegen Alexander MacDougall steunden.
De MacDougalls en de
MacDonalds stonden duidelijk lijnrecht tegenover elkaar. De MacDonalds
waren alleen loyaal aan de Engelsen omdat de MacDougalls loyaal waren
aan de Comyns en Balliols. In praktijk had Edward van Engeland totaal
geen macht over dit gebied, maar personen zoals John MacSween en
Alexander en Angus MacDonald lieten hem denken dat hij dat wel had.
Duidelijk is dat beide partijen totaal geen patriottisme tegenover
Schotland hadden maar slechts gedreven werden om hun eigen koninkrijk in
stand te houden. Wanneer we zien dat dit gebied nog geen 35 jaar van
Schotland was voordat de oorlog uitbrak, is dit ook logisch te
verklaren. De partijen gebruiken Edward de 1ste simpelweg om hun doel te
bereiken. Tussen 1301 en 1306 zijn er vrijwel geen bronnen van de MacDonalds. John van Fordun vermeld dat Alexander gevangen was gezet door Edward Bruce, broer van Robert the Bruce, dit lijkt onwaarschijnlijk en John was hier zelf ook niet zeker van. Andere bronnen vermeldden dat de clansmen van MacDonald de voorkeur hadden voor Angus als hun leider en dat hij zijn broer verving. wat in het Gaelic stelsel goed mogelijk was. Maar het meest logische is de vermelding in de Annalen van Ulster, die vermelden dat Alexander MacDonald en een groot aantal van zijn mannen in 1299 sneuvelden door Alexander MacDougall. Vandaar dat er vanaf 1301 niets meer over hem is vermeld. Angus Óg nam de leiding en het lordschap van MacDonald over. Het was Alexander die in 1297 de MacRuairis onderwierp, maar het was zijn broer die de uiteindelijke slag aan de MacDougalls zou toebrengen.
Robert de zomerkoning
De moord op John Comyn had ook grote gevolgen voor de politiek van de eilanden, doordat de MacDougalls nu een Engelse politiek gingen voeren. In 1306 verschijnt Angus Óg weer in de bronnen, maar deze keer als een aanhanger van Robert the Bruce. De MacDonalds hoopten altijd dat krijgsdienst voor de Engelse koning in hun voordeel zou werken om de gebieden van de MacDougalls in te kunnen nemen. Het is duidelijk dat tot 1301 zowel de koning van Engeland als de lord van Islay hoopten op de neergang van MacDougall. Maar nu MacDougall in het Engelse kamp zat, had een alliantie met de Engelsen voor Angus Óg geen nut meer. Nu the Bruce en de MacDougalls in een bittere strijd verwikkeld waren, had een alliantie met Bruce meer nut om dat doel te bereiken. Hierdoor konden de MacDonalds hun wapens weer opnemen om de oude vijand aan te vallen.
Uiteraard had de oude
alliantie tussen de MacDonalds en de Bruce zijn sporen nagelaten en
wisten beide partijen elkaar te vinden. Angus werd één van Roberts
belangrijkste bondgenoten die hem in de situatie van 1306 zijn leven zou
redden. Vermoedelijk vluchtte Bruce via het land van Campbell en Lennox
naar Loch Lomond. Barbour schreef in 1370 dat
Wat daarop volgde is onbekend, het is onduidelijk waar Bruce verbleef en de wildste speculaties doen de ronde. Het land waarover de Bruce familie van oudsher regeerde, was Carrick, relatief makkelijk bereikbaar vanaf Islay. Bruce kon ook rekenen op de steun van de clan MacRuairi. Christiana was de dochter van Alan MacRuairi en familie van de Bruce eerste vrouw. Mogelijk hadden de clans MacDonald en MacRuairi hun geschillen bijgelegd en zich beide aan de kant van Bruce geschaard. De Engelsen verwachtten dat Bruce zich ergens in de gebieden tussen Ierland en Schotland ophield en Simon Montacute kreeg het bevel over de vloot die tussen deze landen patrouilleerde. De sheriff van Cumberland kreeg het bevel om zijn schepen naar Ayr te sturen en persoonlijk mee te gaan. Simon Montacute was niet zomaar een Engelse volgeling, hij was baron van Somerset en had zijn oog op het eiland Man en mogelijk het lordschap van de eilanden laten vallen. Via land arriveerde William le Jettoir, Aymer de Valence en John van Menteith om af te wachten wanneer Bruce zijn schuilplaats zou verlaten. Intussen voerden de broers van Bruce campagne om troepen te werven in Ierland. Uit deze periode komt ook de brief van Bruce aan alle koningen van Ierland. Hierin beschreef hij de gedeelde Keltische cultuur, gewoontes, taal, ras en vijand. Hij vroeg daarin aan de Ieren om samen de oorlog in te gaan tegen de Engelsen en zo hun natie te herstellen in zijn rechtmatige vrijheid. Mogelijk waren het Thomas en Alexander Bruce die deze campagne persoonlijk in Ierland hielden. Rond deze tijd was Bruce zelf vermoedelijk druk bezig fondsen en soldaten te werven voor een nieuwe oorlog.
Vanaf 1306 gebruikte Bruce duidelijk een andere vorm van oorlogvoering dan daarvoor. Vier elementen typeerden zijn tactiek; hij maakte kastelen met de grond toe gelijk, hij chanteerde mensen om zeker te zijn van loyaliteit of neutraliteit, hij maakte gebruik van het terrein en viel niet aan, tenzij een vijandelijk leger aanviel, en hij brandde vijandig land plat of stal het leeg - hij bleek hier uitzonderlijk goed in te zijn en maakte grondstoffen onklaar waardoor er tekorten ontstonden, voordat hij terugtrok. Intussen had sir James Douglas zijn eigen conflicten met de Engelsen, die Lanarkshire van hem hadden ingenomen. Vermoedelijk had Douglas tot het eind goede contacten in de Engelse kringen en alleen omdat hij niet deelnam aan de slag bij Methven toont dat Douglas wel degelijk achter Bruce stond. Beiden woonden rond deze tijd in de bossen en werden bron van romantische verhalen. Voordat Edward de 1ste stierf organiseerde hij nog een nieuwe campagne naar het noorden, maar hij stierf in noord Engeland in het zicht van Schotland.
MacRuairi In 1308 werd er aan Bruce' kant nog een campagne uitgevoerd die slechts mogelijk was met hulp vanuit de Ierse zee. Al zijn er weinig bronnen uit die tijd die melding maken van de herovering van Galloway, zowel Barbour, Fordun en Bower lijken het erover eens dat Edward Bruce samen met Donald van Islay, de neef van Angus Óg, deze missie ondernam. Dit is de eerste individuele actie die Edward Bruce in de bronnen ondernam en later zou hij tijdens zijn campagnes in Ierland opnieuw aangewezen zijn op zijn bondgenoten van de Ierse Zee.
MacDougalls en Brander
Pass
Het eiland Man Het was mogelijk een reactie op Bruce' activiteiten op Man in 1310 dat de Engelse koning aan verschillende steden beval direct hun vloot naar Man te sturen om daar de Schotten op elke mogelijke manier te bestrijden. Op het eiland zelf werd het bevel uitgevaardigd om iedere man die maar pro Bruce kon zijn, direct te arresteren. Vergelijkbare brieven werden aan Wales en Ierland geschreven. Het bewijs van Schotse maritieme activiteiten in deze regio wordt nogmaals gegeven in Holyhead. In 1315 enterde de Schotse marine hier een Engels schip.
Bannockburn
Ierland De brief die Bruce vermoedelijk in 1306 opstelde is daardoor slechts het bewijs van zijn bereidwilligheid om beide landen te verenigen als een Keltische natie en samen de gemeenschappelijke vijand aan te vallen. Een aantal punten van Bruce relatie met Ierland zijn nog onduidelijk. Bijvoorbeeld de reden waarom Bruce de dure expeditie naar Ierland ondernam en wat zijn kansen hierin waren. Mogelijk dacht hij dat hij de koninkrijken en lordschappen van Ierland kon verenigen en werd hij vanaf het begin van zijn campagnes al meer door Ierland gesteund dan we weten. Het waarschijnlijkste is dat Bruce inderdaad streefde naar een verenigde Keltische natie, waaronder ook Wales zou vallen. De bevolking van de westkust kende Ierland al net zo goed als de Ieren zelf en steunde de campagne direct. Uiteindelijk liep hij uit op een grote nederlaag door een cruciale inschattingsfout van Edward Bruce. Dat zorgde er echter niet voor dat de galloglass van de Schotse westkust tot driehonderd jaar later nog steeds op Ierse bodem tegen dezelfde vijand zou vechten.
Type onderzoek:
Secundair literair bronnenonderzoek Zie ook: Bronnen: - C. McNamee, '' The wars of the Bruces, (Edinburgh, 2006) - Nichelson, '' The last campaign of Robert Bruce, P 234 - S. Duffy, '' The world of the Galloglass'', Dublin, 2007
|
|
|||
|
Gesponsord door Celtic Webmerchant:
|
|||||
|
copyright © 2011 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden. Sitemap Contact |
|||||