De onafhankelijkheidsoorlog op de Ierse zee

Nadat Schotland de westelijke eilanden had heroverd op Haakon, de Noorse koning, ontstond er een goede politieke relatie tussen Noorwegen en Schotland. De koninkrijken van de eilanden werden bij het koninkrijk Schotland gevoegd. De voormalig koningen van de eilanden werden Schotse lords, zoals dat in het feodale stelsel hoorde. De heerschappij van Alexander de 3de leek sprookjesachtig goed te gaan, zeker in tegenstelling tot Schotlands buurland Engeland. Maar ook Alexander werd oud en hij stierf in 1286 door een val van een klif. Schotland kwam zonder troonopvolger te zitten en de Engelse koning Edward de 1ste zag zijn kans om Schotland in te nemen. In de onafhankelijkheidoorlÓgdie hierop volgde, zouden de voormalig koninkrijken van de eilanden een prominente rol spelen.

Het was de onafhankelijkheidoorlÓgwaarin de integratie van het westen in het koninkrijk van Schotland op de proef werd gesteld. Tijdens de late 13de en vroege 14de eeuw voerden de MacDougalls en de MacDonalds oorlÓgmet elkaar om gebiedsuitbreiding. Dit was eigenlijk niet opmerkelijk, aangezien de twee clans al vanaf de dood van Somerled in 1164 met elkaar vochten om gebiedsuitbreiding. Maar doordat deze koninkrijken nu officieel onderdeel van Schotland waren, moesten de MacDonalds en de MacDougalls in het grotere geheel van een oorlÓgtussen Schotland en Engeland manoeuvreren en kozen ze beide een andere kant.

Er zijn weinig bronnen over de oorlogen in het westen rond deze tijd en veel van wat er precies gebeurde, weten we niet. We weten echter wel dat dit conflict de machtsverdeling in Groot-Brittannië voor altijd deed veranderen.

Angus Mór MacDonald
Angus Mór (zoon van Donald, zoon van Reginald, zoon van Somerled) was een belangrijk figuur in de Ierse onafhankelijkheidsoorlogen tegen de Engelse bezetters. Met zijn oom van clan Ruairi leverde hij huursoldaten en galloglass aan de Ierse koningen. Het conflict op Ierse bodem vormde een bedreiging voor de goede relaties tussen de Schotse koning Alexander de 3de een de Engelse koning Henry de 3de. Om er zeker van te zijn dat Angus zich rustig zou houden, nam Alexander Angus' zoon Alexander Óg tussen 1264 en 1266 als gijzelaar in Ayr.

In 1286 tekenden Angus Mór, zijn oudste zoon Alexander Mór, de Bruces, de Stewards en nog enkele lords het verdrag van Turnberry, waarin ze een alliantie sloten met Richard de Burgh, earl van Ulster, en Thomas de Clare. De precieze redenen hiervoor zijn onbekend, mogelijk kwam het doordat Robert Bruce, de grootvader van de koning, een zwager was van Thomas de Clare. Het is vrijwel zeker dat er meer achter deze handelingen zat, voor Angus leverde het een handelsbron voor huursoldaten op en mogelijk had Robert in zijn achterhoofd dat hij met Ierse troepen ook zijn rivaal Balliol kon uitschakelen. Het belangrijkste kasteel van de Bruce was in Turnberry in Ayreshire, niet ver van Islay, waardoor beide lordschappen vrijwel buren waren. Het zou dus logisch zijn dat in tijd van een conflict de MacDonalds de kant van Bruce zouden kiezen.

MacDougalls
De politiek bij de rivaliserende clan MacDougall zag er geheel anders uit. Alexander van Argyll (zoon van Eoin, zoon van Duncan, zoon van Dugald, zoon van Somerled) was getrouwd met een dochter van John Comyn de Rode en de Comyns waren de trouwe bondgenoten van de Balliols. De zus van John Balliol was getrouwd met John Comyn. Het was dus logisch voor Alexander MacDougall om de zaak van de Balliols te steunen.

Het is onbekend hoe de zoons van Somerled reageerden op de keuze van John Balliol als nieuwe koning van Schotland in 1292. In 1293 werd Alexander MacDougall sheriff van Lorn en vertegenwoordiger van de koning in vrijwel geheel west Schotland. Enkele weken later eiste Alexander van Angus, leider van clan Donald,  om trouw aan hem te zweren.

Rond 1291 trouwde Alexander Óg met Juliana, mogelijk de zus of dochter van Alexander MacDougall. Dit veroorzaakte mogelijk een conflict om een stuk land. De ruzie werd aan koning John voorgelegd, maar diens oordeel is onbekend. Mogelijk was dit gebied Lismore en was het met Juliana als bruidsschat meegegeven. Dit conflict liep tussen 1296 en 1306 parallel aan de oorlog tussen Engeland en Schotland.

Net als de meeste Schotse edelen had Alexander MacDougall in 1296 de Ragman Rolls getekend, waarmee hij trouw zwoor aan koning Edward de 1ste van Engeland. Hij was echter niet populair bij de andere Schotse lords. Alexander Stewart, earl van Menteith en heer van Knapdale, vormde in hetzelfde jaar een commissie om de bezittingen van Alexander MacDougall en zijn zoon John in beslag te nemen, waaronder forten, kastelen, eilanden en land, omdat hij nog geen vrede met hem had gesloten. Wat er hierna gebeurde is onduidelijk, maar de informatie die daarna wordt gegeven is dat Alexander gevangen werd gehouden in Berwick Castle. Hij werd echter al snel weer vrijgelaten en maakte gretig gebruik van het ontbrekende gezag in west-Schotland om zijn gebieden uit te breiden.

In 1297 schreef Alexander MacDonald aan Edward de 1ste dat er gebieden van MacDonald zijn aangevallen door Alexander MacDougall die in mei dat jaar vrijgelaten was. In een andere brief aan Edward schreef hij dat Alexander MacDougall onderdak bood aan vijanden van koning Edward, waaronder Lachlan MacRuairi, en dat Alexander hem hielp bij het bouwen van enorme oorlogsgaleien. In dezelfde brief schreef hij dat nog geen cent van het beloofde geld van Engeland was ontvangen.

De uitbreidingswoede van MacDougall was groot. In 1296 vielen de MacDougalls de Campbells aan en doodden hun leider Colin Mór. Na deze overwinning had Alexander MacDougall een groot deel van het gebied van de Campbells in zijn macht, waaronder Lochawe en Ardtornish. Ook clan MacSween schreef aan Edward dat er land van hem was ingenomen door John MacDougall. Deze militaire actie werd ondernomen met sir John Menteith. Dit verklaard waarom John MacSween in 1301 in Engelse dienst was. Hij hoopte waarschijnlijk in ruil voor zijn diensten het gebied van Knapdale op de Menteiths te herwinnen, maar uiteindelijk kwam hij bedrogen uit, want de Engelse koning antwoordde dat hij het mocht heroveren, maar geen steun kreeg. Waarschijnlijk deden de MacSweens hier enkele, vergeefse pogingen toe. Uiteindelijk eindigden ze als galloglass huursoldaten in Ierland.

De MacDonalds en de MacDougalls
Alexander Óg MacDonald en zijn jongere broer Angus Óg waren in tegenstelling tot de MacDougalls tussen 1296 en 1301 de loyale dienaren van Edward de 1ste van Engeland. Ze werden bevolen om Kintyre in te nemen, wat rond deze tijd van de afgezette koning John Balliol was, en het overdragen aan de onbekende Malcolm le fiz Lengleys. Later schreef Alexander dat er veel chiefs in Kintyre niet loyaal waren aan de koning van Engeland, dat hij het land van de Stewards al had ingenomen en momenteel Dunaverty belegerde. Alexander ontving een bedrag van 100 pond als beloning van goede dienst. De koninkrijken waren weer net zo vrij als voordat ze in het koninkrijk van Schotland waren opgenomen. In tegenstelling tot toen werden ze nu ook nog uitbetaald door de koning van Engeland.

Rond deze tijd verscheen ook Alexanders broer Angus ten tonele. In 1297 voerde hij met zijn broer campagne tegen de MacRuairi's. In deze campagne vonden verschillende zeeslagen plaats. In 1301 leidden de broers een maritieme operatie uit tegen de MacDougalls. In hetzelfde jaar vroeg Angus aan Edward of Alexander MacDougall zich al had overgegeven, en, indien dit niet het geval was, of hij dan toestemming kreeg om Hugh Bisset te steunen in zijn campagne om Alexander en Edwards andere vijanden te vernietigen. Hugh Bisset schreef toen dat Angus Óg en John MacSween hem in zijn maritieme acties tegen Alexander MacDougall steunden.

De MacDougalls en de MacDonalds stonden duidelijk lijnrecht tegenover elkaar. De MacDonalds waren alleen loyaal aan de Engelsen omdat de MacDougalls loyaal waren aan de Comyns en Balliols. In praktijk had Edward van Engeland totaal geen macht over dit gebied, maar personen zoals John MacSween en Alexander en Angus MacDonald lieten hem denken dat hij dat wel had. Duidelijk is dat beide partijen totaal geen patriottisme tegenover Schotland hadden maar slechts gedreven werden om hun eigen koninkrijk in stand te houden. Wanneer we zien dat dit gebied nog geen 35 jaar van Schotland was voordat de oorlog uitbrak, is dit ook logisch te verklaren. De partijen gebruiken Edward de 1ste simpelweg om hun doel te bereiken.
Door maritieme activiteiten van de MacDonalds waren de MacDougalls gedwongen zich over te geven aan Edward de 1ste. In 1301 sloot Alexander MacDougall vrede. In 1304 excuseerde John MacDougall zich tegenover Edward dat hij niet naar het parlement in St Andrews kon komen omdat hij ziek was. De koning antwoordde dat hij hem en zijn loyaliteit vertrouwde. De verhouding tussen de MacDougalls en Engeland werd steeds beter en het was voor MacDonald niet meer mogelijk om iets tegen de MacDougalls te doen.

Tussen 1301 en 1306 zijn er vrijwel geen bronnen van de MacDonalds. John van Fordun vermeld dat Alexander gevangen was gezet door Edward Bruce, broer van Robert the Bruce, dit lijkt onwaarschijnlijk en John was hier zelf ook niet zeker van. Andere bronnen vermeldden dat de clansmen van MacDonald de voorkeur hadden voor Angus als hun leider en dat hij zijn broer verving. wat in het Gaelic stelsel goed mogelijk was. Maar het meest logische is de vermelding in de Annalen van Ulster, die vermelden dat Alexander MacDonald en een groot aantal van zijn mannen in 1299 sneuvelden door Alexander MacDougall. Vandaar dat er vanaf 1301 niets meer over hem is vermeld. Angus Óg nam de leiding en het lordschap van MacDonald over. Het was Alexander die in 1297 de MacRuairis onderwierp, maar het was zijn broer die de uiteindelijke slag aan de MacDougalls zou toebrengen.

Robert de zomerkoning
Op 10 februari 1306 doodde Robert the Bruce zijn rivaal John Comyn in de kerk van Greyfriars in Dumfries. De moord op Comyn zorgde ervoor dat de Comyns en hun volgelingen bittere rivalen werden van Robert the Bruce. Het is onwaarschijnlijk dat Bruce bewust naar de kerk was gekomen om zijn rivaal te doden. Dergelijke gebeurtenissen zouden een grote smet werpen op zijn reputatie en zouden hem van een koningschap van Schotland onthouden. Bruce vroeg vergiffenis aan koning Edward om zo de furie van de Comyns te ontlopen. Toen er geen reactie van het hof terugkwam, was er geen andere mogelijkheid meer dan een aantal kastelen in West-Schotland in te nemen. Mogelijk verwachtte Bruce extra troepen uit Ierland, wat ook wel nodig was, omdat de Balliols en de Comyns zich onmiddellijk aan de zijde van Engeland schaarden.

Robert liet zichzelf kronen in Scone en werd zo koning van Schotland. Bruce kon rekenen op de steun van James Douglas, zijn neef Thomas Randolph, Reginald Crawford, Robert Boyd, Neil Campbell, Gilbert Hay en Simon Fraser, enkele van de meest standvastige tegenstanders van Edward de 1ste. Veel anderen bemoeiden zich niet met deze opstand of waren aanhangers van Edward de 1ste. In Bruce' daaropvolgende campagne werd geld verzameld, vaak van de handelssteden in oost Schotland. Intussen rukten de Engelse troepen op en Aymer de Valence nam met 300 cavaleristen en 2.000 infanteristen Perth in. Robert ging de confrontatie aan, maar werd keihard verslagen bij Methven. Robert wist ter nauwer nood te ontsnappen met zijn cavalerie maar ze werden een dag later nogmaals verslagen bij Loch Tay. Veel van zijn volgelingen werden gevangen genomen, Menteith had de opstand gesteund en verloor zijn positie. Bruce en zijn familie vluchtten richting het westen, recht in de armen van de MacDougalls. Hier leed Bruce nogmaals een nederlaag, waarna de wegen van hem en zijn familie splitsten. Zijn familie werd al snel gevangen genomen. Zo kwam Bruce in de landen van Lennox, Campbell en MacDonald terecht. Hij was een vluchteling die zich in de bossen en bergen verborgen hield. Wat zijn plannen waren, is onbekend, hij zou naar Noorwegen hebben kunnen vluchten, daar was zijn zus koningin. Ook kon hij naar Ierland, maar dit is onwaarschijnlijk aangezien ze hem daar vermoedelijk aan de Engelsen hadden uitgeleverd.

De moord op John Comyn had ook grote gevolgen voor de politiek van de eilanden, doordat de MacDougalls nu een Engelse politiek gingen voeren. In 1306 verschijnt Angus Óg weer in de bronnen, maar deze keer als een aanhanger van Robert the Bruce. De MacDonalds hoopten altijd dat krijgsdienst voor de Engelse koning in hun voordeel zou werken om de gebieden van de MacDougalls in te kunnen nemen. Het is duidelijk dat tot 1301 zowel de koning van Engeland als de lord van Islay hoopten op de neergang van MacDougall. Maar nu MacDougall in het Engelse kamp zat, had een alliantie met de Engelsen voor Angus Óg geen nut meer. Nu the Bruce en de MacDougalls in een bittere strijd verwikkeld waren, had een alliantie met Bruce meer nut om dat doel te bereiken. Hierdoor konden de MacDonalds hun wapens weer opnemen om de oude vijand aan te vallen.

Uiteraard had de oude alliantie tussen de MacDonalds en de Bruce zijn sporen nagelaten en wisten beide partijen elkaar te vinden. Angus werd één van Roberts belangrijkste bondgenoten die hem in de situatie van 1306 zijn leven zou redden. Vermoedelijk vluchtte Bruce via het land van Campbell en Lennox naar Loch Lomond. Barbour schreef in 1370 dat Bruce naar Dunaverty in Kintyre vluchtte, waar hij Angus Óg ontmoette, en dat niet lang daarna het kasteel door Engelse troepen werd belegerd. We weten echter niet in wiens handen Dunaverty was rond deze tijd, de kans is groot dat hij noch in handen was van Angus, noch van Bruce en dat Barbour zich vergistte tussen Dunaverty en Dunyveg op Islay. Aan loch Lomond scheepten ze in en voeren de zee op, mogelijk naar Dunyveg wat de meest logische keuze zou zijn geweest. Dunyveg was een machtig zeekasteel van Angus Óg, lord van Islay. De naam betekent "het kasteel van de nyvaig", een type oorlogsschip dat op de eilanden werd gebruikt. Lagavullin bay, waaraan het kasteel gelegen was, is een natuurlijke baai die ideaal is om oorlogsschepen te bergen.Het kasteel was bedoeld om deze baai te beschermen en deze combinatie van land en zeemacht was voor de Engelsen onveroverbaar.

Wat daarop volgde is onbekend, het is onduidelijk waar Bruce verbleef en de wildste speculaties doen de ronde. Het land waarover de Bruce familie van oudsher regeerde, was Carrick, relatief makkelijk bereikbaar vanaf Islay. Bruce kon ook rekenen op de steun van de clan MacRuairi. Christiana was de dochter van Alan MacRuairi en familie van de Bruce eerste vrouw. Mogelijk hadden de clans MacDonald en MacRuairi hun geschillen bijgelegd en zich beide aan de kant van Bruce geschaard. De Engelsen verwachtten dat Bruce zich ergens in de gebieden tussen Ierland en Schotland ophield en Simon Montacute kreeg het bevel over de vloot die tussen deze landen patrouilleerde. De sheriff van Cumberland kreeg het bevel om zijn schepen naar Ayr te sturen en persoonlijk mee te gaan. Simon Montacute was niet zomaar een Engelse volgeling, hij was baron van Somerset en had zijn oog op het eiland Man en mogelijk het lordschap van de eilanden laten vallen. Via land arriveerde William le Jettoir, Aymer de Valence en John van Menteith om af te wachten wanneer Bruce zijn schuilplaats zou verlaten. Intussen voerden de broers van Bruce campagne om troepen te werven in Ierland. Uit deze periode komt ook de brief van Bruce aan alle koningen van Ierland. Hierin beschreef hij de gedeelde Keltische cultuur, gewoontes, taal, ras en vijand. Hij vroeg daarin aan de Ieren om samen de oorlog in te gaan tegen de Engelsen en zo hun natie te herstellen in zijn rechtmatige vrijheid. Mogelijk waren het Thomas en Alexander Bruce die deze campagne persoonlijk in Ierland hielden. Rond deze tijd was Bruce zelf vermoedelijk druk bezig fondsen en soldaten te werven voor een nieuwe oorlog.

Al is er geen bewijs van de aanwezigheid van kern en galloglass in Bruce' leger, de tactieken die in de nieuwe oorlog werden gevoerd waren duidelijk gebaseerd op de oorlogvoering van de Gaelic volkeren. Rond 29 september landde Bruce in Kintyre met een leger Ieren en krijgers van de Hebriden. Hier inde hij geld, omdat hij de earl van Carrick was. Ook viel hij het leger van Henry Percy aan. Rond deze tijd was Dunaverty net gevallen en het schiereiland van Kintyre moet vol zijn geweest met Anglo-Schotse en Engelse troepen. Het was slechts een kwestie van tijd voordat de nieuwe oorlog zou beginnen.

Vanaf 1306 gebruikte Bruce duidelijk een andere vorm van oorlogvoering dan daarvoor. Vier elementen typeerden zijn tactiek; hij maakte kastelen met de grond toe gelijk, hij chanteerde mensen om zeker te zijn van loyaliteit of neutraliteit, hij maakte gebruik van het terrein en viel niet aan, tenzij een vijandelijk leger aanviel, en hij brandde vijandig land plat of stal het leeg - hij bleek hier uitzonderlijk goed in te zijn en maakte grondstoffen onklaar waardoor er tekorten ontstonden, voordat hij terugtrok.

Intussen had sir James Douglas zijn eigen conflicten met de Engelsen, die Lanarkshire van hem hadden ingenomen. Vermoedelijk had Douglas tot het eind goede contacten in de Engelse kringen en alleen omdat hij niet deelnam aan de slag bij Methven toont dat Douglas wel degelijk achter Bruce stond. Beiden woonden rond deze tijd in de bossen en werden bron van romantische verhalen. Voordat Edward de 1ste stierf organiseerde hij nog een nieuwe campagne naar het noorden, maar hij stierf in noord Engeland in het zicht van Schotland.

MacRuairi
Edwards zoon, Edward de 2de, zette nu de expeditie voort, maar trok binnen enkele maanden alweer terug. In deze situatie lijkt de volgende zet van Bruce duidelijk, uit een brief geschreven in mei 1307 blijkt dat er in Ross, noord-Schotland, al een opstand was ontstaan. In de brief staat dat als Bruce naar het noorden zou kunnen trekken, hij één front zou hebben. Ook dit wijst weer op activiteiten van de Gaelic lordschappen. Een opstand in Ross kan alleen maar het werk zijn geweest van MacRuairi. Tot aan eind september trok of voer Bruce via de Great Glen naar Inverness, Nairn en Urquhart om af te handelen met zijn Schotse vijanden. Opvallend is dat deze gebieden juist erg makkelijk bereikbaar zijn per schip, wanneer we er vanuit gaan dat er gebruik werd gemaakt van de Tarberts, plaatsen waar de boot over land gedragen kan worden, daar. Het lijkt erop dat de herovering van Schotland zonder de koninkrijken van de Hebriden onmogelijk was geweest.

In 1308 werd er aan Bruce' kant nog een campagne uitgevoerd die slechts mogelijk was met hulp vanuit de Ierse zee. Al zijn er weinig bronnen uit die tijd die melding maken van de herovering van Galloway, zowel Barbour, Fordun en Bower lijken het erover eens dat Edward Bruce samen met Donald van Islay, de neef van Angus Óg, deze missie ondernam. Dit is de eerste individuele actie die Edward Bruce in de bronnen ondernam en later zou hij tijdens zijn campagnes in Ierland opnieuw aangewezen zijn op zijn bondgenoten van de Ierse Zee.

MacDougalls en Brander Pass
De volgende stap van Bruce was af te rekenen met clan MacDougall. Uiteraard werd hij hierbij in ieder geval graag door de MacDonalds gesteund. De clan werd geleid door Bruce' rivaal Alexander en zijn zoon John MacDougall. Mogelijk vonden Bruce' eerste acties in Argyll al plaats rond 1308. In een brief uit maart 1309 beschrijft John MacDougall hoe Bruce met een groot leger en veel galeien voor de poorten van het kasteel Dunstaffnage verscheen. John scheen een vredesverdrag met een geldsom te hebben gesloten, aangezien hij zonder steun van Engeland onmogelijk dit leger zou kunnen verslaan. 

Later dit jaar zette Alexander MacDougall een hinderlaag op bij Brander Pass. Bruce moest door deze pas trekken om Dunstaffnage te belegeren. De locatie van deze slag was waarschijnlijk bij Ben Cruachan, aan het strand van loch Etive. De tactieken die in deze slag werden gebruikt zijn typerend voor de technieken die door Gaelic krijgers tussen 800 en 1600 werden gebruikt. Het hoofdleger van Bruce moest onvermijdelijk langs de bergpas trekken. Uit voorzorg positioneerde Bruce daarom een deel van zijn leger, mogelijk kerns en lichte boogschutters, onder leiding van James Douglas op de hogere toppen van Ben Cruachan. Het vijandelijk leger kwam klem te zitten tussen twee legers van Bruce en leidde enorme verliezen. Al snel sloegen ze op de vlucht. John vluchtte met een galei naar Ierland. Na de slag werd Dunstaffnage zonder verder geweld overgegeven aan Bruce. Dit betekende het eind van de MacDougalls overheersing.

Het eiland Man
Bruce hoopte op een snelle herovering van het eiland Man. Vermoedelijk wilde hij dit eiland gebruiken om van daaruit campagnes te kunnen voeren tegen de Engelse overheersers van Ierland. De Schotse koning was zich goed bewust van het strategische belang van dit eiland, omdat het de sleutel tot de Ierse zee was. En inderdaad bleek dat het eiland Man een vitaal deel uitmaakte van de invasie van Ierland in 1315.

Het was mogelijk een reactie op Bruce' activiteiten op Man in 1310 dat de Engelse koning aan verschillende steden beval direct hun vloot naar Man te sturen om daar de Schotten op elke mogelijke manier te bestrijden. Op het eiland zelf werd het bevel uitgevaardigd om iedere man die maar pro Bruce kon zijn, direct te arresteren. Vergelijkbare brieven werden aan Wales en Ierland geschreven. Het bewijs van Schotse maritieme activiteiten in deze regio wordt nogmaals gegeven in Holyhead. In 1315 enterde de Schotse marine hier een Engels schip.

In Engeland zelf was het eiland Man politiek gezien een onderwerp van discussie. Edward de 2de had het eiland aan Piers Gaveston beloofd maar in 1310 was het eiland nog steeds onder de gezag van Bek en zijn steward Gilbert Makaskyl en na diens dood in 1311 werd het eiland aan sir Henry Beaumont, een van 's konings neven, gegeven. Maar in april 1313 werd het eiland plotseling belegerd door Simon Montagu, die het claimde. Het is geen wonder dat Bruce zijn kans greep en nog hetzelfde jaar het eiland innam. Bruce landde in Ramsey met een enorme vloot en een paar dagen later, op 21 mei, begon hij de belegering van Rushen castle. Dit kasteel werd verdedigd door Dugal MacDougall maar viel al in 12 juni.

Bannockburn
We weten dat Angus Óg met vermoedelijk een leger van MacRuairi en MacDonalds in 1314 aan de rechterkant van het Schotse leger tijdens de slag van Bannockburn vocht. Hierover is verder weinig specifieke informatie bekend en verwacht wordt dat zijn aanwezigheid geen doorslaggevende rol speelde bij deze veldslag.

Ierland
De Ierland campagne tijdens de onafhankelijkheidoorlog is een verhaal op zich. Hierover zal in later onderzoek uitgebreider worden ingegaan. Duidelijk is dat Robert the Bruce goede contacten in Ierland had en het eiland in ieder geval vier keer bezocht. Hij, waarschijnlijk ook de noord- en west-Schotse bevolking en de Ierse bevolking waren zich bewust van hun gedeelde Keltische cultuur. Het was ook niet onlogisch dat Ierland betrokken zou raken in de conflicten tussen Schotland en Engeland. In elke oorlog tussen Ierland en Engeland vochten Schotten mee. De Ieren waren altijd bereid over te komen om oorlog tegen hun vijanden te voeren.

De brief die Bruce vermoedelijk in 1306 opstelde is daardoor slechts het bewijs van zijn bereidwilligheid om beide landen te verenigen als een Keltische natie en samen de gemeenschappelijke vijand aan te vallen. Een aantal punten van Bruce relatie met Ierland zijn nog onduidelijk. Bijvoorbeeld de reden waarom Bruce de dure expeditie naar Ierland ondernam en wat zijn kansen hierin waren. Mogelijk dacht hij dat hij de koninkrijken en lordschappen van Ierland kon verenigen en werd hij vanaf het begin van zijn campagnes al meer door Ierland gesteund dan we weten. Het waarschijnlijkste is dat Bruce inderdaad streefde naar een verenigde Keltische natie, waaronder ook Wales zou vallen.

De bevolking van de westkust kende Ierland al net zo goed als de Ieren zelf en steunde de campagne direct. Uiteindelijk liep hij uit op een grote nederlaag door een cruciale inschattingsfout van Edward Bruce. Dat zorgde er echter niet voor dat de galloglass van de Schotse westkust tot driehonderd jaar later nog steeds op Ierse bodem tegen dezelfde vijand zou vechten.

Type onderzoek: Secundair literair bronnenonderzoek
Auteur: P Gilbers, in opdracht van Stichting Celtic Britain
Jaar van publicatie: 20
09

Zie ook:

Somerled

oud-Iers recht

Finlaggan

Bronnen:

- C. McNamee, '' The wars of the Bruces, (Edinburgh, 2006)

- Nichelson, '' The last campaign of Robert Bruce, P 234

- S. Duffy, '' The world of the Galloglass'', Dublin, 2007

 

 

 

Gesponsord door Celtic Webmerchant:

                  
Romeins masker € 54,90                 Keltisch sieraad € 12,50            Vikingschil Lillbjars €
11,18

copyright © 2011 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact