De slag bij Clontarf

Na de slag bij Glenmama in 999, waarin hoge koning Brian Boru de Vikingen had overwonnen, hadden de Denen zich rustig gehouden. Maar deze rust was met harde hand opgelegd en de Denen wachtten voor een mogelijkheid Brian opnieuw te confronteren. De samenzwering die leidde tot de slag bij Clontarf was echter begonnen door Maél Mórda, koning van Leinster.

Maél Mórda had bij een bezoek aan de hoge koning ruzie gekregen met Murrogh, Brians oudste zoon, na een spel schaak en hij had de woning woedend verlaten. Hij begon een opstand en sloot een verbond met de Vikingen van Dublin. Dit loste Brian diplomatiek op door zijn kleindochter aan de koning van Dublin te schenken en zelf te trouwen met Gormlaith, moeder van de koning van Dublin en zus van Mael Morda van Leinster. Gormlaith ruide haar broer echter weer op en de oude allianties met de O‛Neills van ulster, de O‛Ruarcs van Leitrim en de leiders van Carbury en Kildare werden vernieuwd. Ook wist Gormlaith – hoewel ze vanwege haar opstandige praat gevangen was gezet – Sigurd, earl van de Orkneys, ertoe te zetten zich bij de alliantie te voegen en deze nam Bróðir van het eiland Man met zich mee.

De samenzweerders vielen als eerst het koninkrijk Meath aan, dat trouw was aan koning Brian. Koning Máel Sechnaill, de vroegere hoge koning, verdedigde zichzelf en zijn rijk succesvol tot de slag bij Drinan, waar de Denen en Leinstermen 200 mannen, waaronder Máel Sechnaill‛s zoon, doodden. Hierop zond Máel Sechnaill een dringende oproep aan de hoge koning om hem en zijn koninkrijk te hulp te komen. Gealarmeerd door de boodschap van de koning en de dreigende houding van de Denen en Leinstermen verzamelde Brian, zelf al 70 jaar, een leger. Hij en zijn zoon Murrogh marcheerden via twee verschillende wegen noordwaarts, de gebieden van Leinster en de Denen verwoestend. In september 1013 lagen de beide legers voor Dublin om de stad door middel van een blokkade in te nemen. Deze poging mislukte, want het Deense garnizoen was goed bevoorraad en het Ierse leger niet. De koning was gedwongen rond kerstmis het beleg op te geven en keerde huiswaarts. Maél Mórda en de Denen begonnen nu actief troepen te werven voor de laatste slag. Er werden troepen gehaald uit Ierland, Engeland, Schotland, Wales Man en de  eilanden, Frankrijk, Vlaanderen, Duitsland en Scandinavië. Ook de hoge koning verzamelde zijn troepen, die bestonden uit mannen uit Meath, Connacht, Munster, zijn eigen leger van de Dal Caissans, de christelijke Manxmen, Schotten en Noren en duizend Vikinghuurlingen. Hij kon een deel van de mogelijke bondgenoten van de Vikingen overhalen niet aan de strijd deel te nemen. Terwijl zijn op een na oudste zoon, Donnchad, de opstandige provincie met een leger plunderde, namen Brian en Murrogh het hoofdleger mee naar Dublin. Waarschijnlijk leken de Ieren en de Vikingen wat betreft soldaten op elkaar. De leiders werden beschermd door een maliënkolder en een helm en droegen een zware, tweebladige bijl. Het grootste gedeelte van beide legers vocht echter onbeschermd met speer, bijl, schild en zwaard. Tegen deze lichtbewapenden hadden de Vikingen ongeveer 1.000 soldaten uit Dublin in maliën gehuld. De Vikingtactiek was om een schildmuur te gebruiken tegen aanvallen en projectielen. De Ieren hadden daarnaast kerns, licht gewapende mannen die werpsperen en slingers  gebruikten om van een afstand schade toe te brengen. Hoewel ze over het algemeen veel slechter bewapend waren, konden de Ieren dit met een stormloop goedmaken, waarin ze al hun wanhoop en behoefte hun huis en gezin te behouden legden. Op de avond van 22 april 1014 werd duidelijk dat de Vikingen zich opmaakten om de volgende dag, goede vrijdag, te vechten. Toen hoorde Brian dat zijn bondgenoot uit Meath, Máel Sechnaill, weigerde te vechten. Waarschijnlijk had deze Brian nooit vergeten dat de titel van hoge koning hem weinig zachtzinnig was afgenomen. De Ierse hoop nam weer toe toen werd gemeld dat de Vikingen van Man hun bondgenoten hadden verlaten – een valstrik, want die nacht keerden zij weer terug.

De slag
Het aantal dat bij elk leger aanwezig was, is niet duidelijk, schattingen variëren van 7.000 tot 20.000. De Denen stonden met hun rug naar de zee, de Ieren stonden tegenover hen. Bij dageraad vertrokken de Vikingen vanuit Dublin naar het nabijgelegen strand van Clontarf, waar de andere troepen wachtten. Dit werd hen toegestaan door het eergevoel dat de Ieren hadden. De Ieren positioneerden zich tegenover het andere leger. De Vikingen stelden zich op in vijf divisies, een zesde bleef in Dublin onder leiding van Sitric, de koning van de stad. Sitrics zoon commandeerde de linkerdivisie, naast hem stonden de Leinstermen in twee divisies onder leiding van Brians zwager Mael Morda. Omdat ze net als de Ieren tegenover hen waren bewapend, vormden de Leinstermen de zwakste schakel in het Vikingleger. De Vikingen van de Orkneys onder leiding van earl Sigurd stonden in het centrum. Op de rechterflank,degevaarlijkstepositievanhet leger, stonden de strijders van Bróðir van Man vlak bij de baai van Dublin.De Ieren stonden opgesteld per regio. Op de rechterflankstondentegenoverde Vikingen van Dublin de Vikingen van Man. Naast hen stonden de clanleden van Connacht met hun koningen, terwijl het centrum gevormd werd door de strijders van Munster onder Brians zoon Murrogh. De Dal Cassians links werden geleid door Murroghs 15 jaar oude zoon, Tordhelbach, en Brians broer Cuduiligh. Aan de rechter achterkant stonden de mannen van Meath te wachten op het omslaan van de machtsbalans, voordat ze een van beide zijden zouden kiezen. De hoge koning reed toen zijn leger het slagveld had bereikt, langs de opgestelde linies met een crucifixensprakhentoe,henherinnerendaanhetfeitdat Jezus op die dag gestorven was. Hij spoorde zijn mannen aan dapper te vechten voor hun religie en land en trok zich daarna gezien zijn hoge leeftijd terug naar zijn tent, waar hij de dag biddend en vastend doorbracht. Het is waarschijnlijk dat er weinig tot geen tactiek bij het gevecht is gebruikt. Het was een bruut man tegen man gevecht, waarbij de leiders naast hun soldaten vochten. Na een tijd elkaar te hebben uitgedaagd en kleine schermutselingen, begon de slag. De eerste divisies die elkaar confronteerden waren de Dal Cassians van de hoge koning en de buitenlandse Denen, daarna volgden de mannen van Connaught en de Denen van Dublin en werd de slag een nietsontziende chaos. Bróðir zaaide dood en verderf, maar werd bijna gedood en moest vluchten. In het centrum duwden de Leinstermen de mannen van Munster terug en hierna stormden de Vikingen van de Orkneys af op de lichtbewapende troepen. Sigurd van de Orkneys stierf, nadat hij zijn magische banier, die dood aan zijn drager, maar overwinning aan zijn leger zou beloven, had opgenomen. De Vikingen van Man vormden nog steeds een bedreiging, hoewel hun leider de bossen in was gevlucht, maar werden aangevallen door de alomtegenwoordige Murrogh met zijn 140 man sterke bodyguard. Zij schreeuwden hun troepen moed in en renden de linie van de Manxmen in. Zijn goede voorbeeld deed goed volgen en zijn soldaten volgden. De Vikingen van Man braken en vluchtten zonder leider terug naar hun schip. Hierdoor waren de Leinstermen alleen, die koppig door bleven vechten. Hoewel de Leinstermen van Mael Morda tot dan toe hadden overwonnen, waren ze moe en hadden ze veel verliezen geleden. De Munstermen vielen nu wild aan en in deze laatste confrontatie doodde de koning van Munster Mael Morda. Aan de linkervleugel van de Vikingen, vochten de mannen uit Dublin tegen de Vikinghuurlingen die Brian Boru had ingezet. De Dubliners waren van top tot teen in maliën gehuld, maar dit bleek geen partij te zijn tegen de zware bijlen van de professionele strijders. Zij vochten slechts een vertragingsslag, met geen kans op overwinning. Nadat ze contact met de Leinstermen hadden verloren, bewogen de Dubliners zich naar het centrum, waar de Orkneyvikingen vochten. Hier hielden de samengevoegde troepen korte tijd stand. Rond deze tijd werd Murrogh, zoon van de hoge koning, dodelijk verwond. Hij stierf de volgende ochtend. Tegen de avond vielen de Ieren voor een laatste keer aan en braken de Deense linie. Honderden vluchtten naar het land bij Dublin, hopend daar toevluchtsoord of schip te vinden, maar Máel Sechnaill, koning van Meath, had eindelijk partij gekozen en sneed hen de pas af. Aan de andere kant hadden de Vikingen van de Orkneys en Man nergens om naartoe te vluchten. Ze waren afgesneden van hun schepen en probeerden hiernaar door te breken. De meesten renden de zee in om naar hun schepen te zwemmen. Tijdens deze vlucht rende Tordhelbach, de zoon van Murrogh, het water in en verdronk, terwijl hij een Viking achterna zat en doodde. Het slagveld bij Clontarf lag bezaaid met lijken, waaronder waarschijnlijk 7.000 Denen en 4.000 Ieren. De slag was afgelopen, ten gunste van Ierland. Of toch niet?

Na de slag

De oude koning was gedurende de gehele slag in zijn tent gebleven, zijn oren gespitst ondanks zijn diepe gebeden. Hij had een dienaar bij zich en de tent was omringd door wachters. Toen de vlucht van de Denen was begonnen, verlieten de wachters hun koning, menend dat al het gevaar over was.

Nu gebeurde het dat Bróðir , heer van Man, de tent van de koning naderde. ‘Ik zie mensen naderen,‛ meldde Brians dienaar. ‘Wat voor mensen?‛ antwoordde zijn heer. ‘Blauwe, naakte mensen,‛ vertelde de dienaar en de koning sprong op, terwijl hij zijn zwaard trok en riep: ‘de Denen!‛ Bróðir stormde de tent binnen met een dubbele bijl om de koning te doden. Die trok zijn zwaard om zich te verdedigen, maar hij was te laat om de slag van de bijl te ontwijken, die hem zijn hoofd doorkliefde. Bróðir werd gepakt en ter dood veroordeeld. Zijn ingewanden werden aan een eik gebonden, waar hij omheen moest lopen totdat hij dood neerviel.

De dag na de slag arriveerde Brians zoon Donnchad met een leger om Dublin in te nemen, maar hij moest

onverrichter zake terugkeren. De lichamen van Brian en zijn zoon Murrogh werden naar Armagh gebracht, waar ze werden bijgezet in de kathedraal. De aartsbisschop en geestelijken lazen 12 dagen lang dodenmissen voor de koninklijke mannen. Na de slag bij Clontarf nam Máel Sechnaill zonder tegenstand de titel van hoge koning van Ierland over. Hij regeerde acht jaar lang en verdreef het grootste gedeelte van de overgebleven Denen uit Ierland. Na Máel Sechnaills dood werd Donnchad koning.

 

Zie ook:

Brian Boru

Ierse oorlogvoering

Kelten, Saksen en Vikingen

Celtic Webmerchant:

c                
Jurk Ethinu € 55,-                       Romeins masker  € 64,-                         Gallowglass zwaard € 100,-

 
 

copyright © 2009 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact