![]() |
![]() |
||||
|
|
De Kelten
Geschiedenis
De techniek
van ijzerbewerking werd door de Kelten aangenomen en de Keltische smeden
waren de beste van Europa. Hun ijzer was gewild in de niet-Keltische
gebieden en er ontstond
levendige handel tussen de Kelten en de Grieken. Tegen de 7de
eeuw v.Chr. waren veel stammen rijk geworden door inkomsten uit ijzer en
zout, gewonnen in Hallstatt en andere dorpen in Oostenrijk. Rond die
tijd dreven de Kelten niet alleen handel met de Grieken, maar ook met de
Etrusken in Italië. Door delen van Grieks-Etruskische cultuurelementen
aan te nemen, te veranderen en te verwerken in gebruiks- en
kunstvoorwerpen, ontstond er rond de 5de eeuw v.Chr. een
nieuwe Keltische cultuur in noordoost-Frankrijk, Zwitserland en het
Rijngebied:
de La Tèneperiode, genoemd naar een plaats in Zwitserland,
die tot minstens de 1ste eeuw v.Chr. bleef bestaan.
Tijdens de
klassieke periode van Griekenland en Rome was de Keltische cultuur
dominant ten noorden van de Alpen. Zowel kunstenaars als wapensmeden
uit de La Tèneperiode waren superieur aan de Grieken en Romeinen. Hun
goede wapenrusting, het nieuwe type zwaard en maliën dat ze uitvonden en
het gebruik van de strijdwagen stelden de Kelten in staat expedities te
ondernemen tegen naburige stammen en volkeren. In de 4de eeuw
v.Chr. vielen zij de Grieks-Romeinse wereld binnen en veroverden
noord-Italië, Macedonië en Thessalië. Ze verwoestten Delphi in 279,
plunderden Rome in 390 en drongen Asia Minor, Turkije binnen. Hier
stonden de Kelten bekend als de Galatiërs. Na deze tijd werden de Kelten
teruggedrongen. De Slavische stammen dreven ze uit oost-Europa en in
centraal-Europa werden de Germaanse stammen vermoedelijk van oorsprong
ook Kelten steeds sterker. Ook de Romeinen begonnen aan veldtochten
tegen de Kelten. Allereerst kwam Noord-Italië onder Romeinse
overheersing. Ze werden verslagen in Gallië, tegenwoordig Zwitserland,
zuid-Duitsland en Oostenrijk.
In de 3de eeuw n.Chr. werden de Kelten van zuid-Duitsland verslagen door een alliantie van Germaanse stammen, de Alamanni. De terugtrekking van de Romeinse legioenen naar hun stervende rijk liet de Britse eilanden open voor nieuwe binnenvallers. De geromaniseerde Britten hadden in relatieve vrede geleefd tijdens de voorgaande eeuwen en haalden Europese huurlingen naar hun land om hun te helpen tegen de vijandelijke binnendringers. Maar toen ze het land van de Britten hadden gezien, keerden veel huurlingen terug naar hun thuisland – om meer troepen te halen, want ze wilden Brittannië innemen. De Saksen en de Angelen veroverden centraal-Brittannië en vormden het langzaam tot Engeland met een nieuwe taal die ook op het continent werd gesproken, de voorganger van het Engeland dat we nu kennen. De Keltische landen in het noorden en westen hielden stand tegen de Saksen. In Schotland werden ondertussen de Picten en de Scotti, een stam uit Ierland, verenigd onder een koning, Cináed (Kenneth) MacAilpín. De volgende bedreiging vormden de Deense Vikingen. Ze plunderden de noordelijke landen jarenlang en vestigden zich op de eilanden ten noorden en westen van Schotland. Al deze eilanden bleven lange tijd aparte koninkrijkjes. Zij werden geregeerd door de Lord of the Isles, en weigerden de Schotse overheersing te erkennen tot 1700. De Vikingen vielen ook Ierland binnen en hielden daar enkele steden, zoals Dublin. De Normandiërs van Frankrijk waren de laatsten die Brittannië binnenvelen in 1066. Dit beïnvloedde de Kelten meer dan enige andere invasie. De Normandiërs of Engelsen, zoals ze later bekend stonden, veroverden de gebieden van de Anglo-Saksen en de Keltische landen van Cornwall en Wales. Ze vielen uiteindelijk zelfs Ierland binnen. De Keltische cultuur is echter, ondanks vele pogingen hem uit te roeien, nooit vernietigd en bestaat nog steeds in Ierland, Wales, Schotland, Cornwall, het eiland Man, Bretagne en Galatië.
Samenleving Veel formele en informele macht had ook de priesterklasse. Deze was weer onderverdeeld in drieën: barden, ovaten en druïden. Zij waren wetenschappers, waarzeggers, genezers en rechters en waren de wetenschap van hun tijd vaak ver vooruit. Omdat zij de spirituele leiders van de Kelten waren, hadden ze veel macht. Onder de klasse van de adel stonden de krijgers die zowel spiritueel als politiek redelijk veel macht hadden. Daarna kwamen de boeren die eigen land bezaten en in hun eigen onderhoud voorzagen. Zij waren niet gebonden aan een edelman en waren in principe vrij om te gaan en te staan waar ze wilden. Omdat ze hun eigen vee konden bezitten en dit vaak ook deden, stonden ze ook wel bekend als de koeien leiders (cow chiefs). De pachters hadden geen land in hun eigen bezit, maar kregen hun land van de adel in ruil voor een deel van de oogstopbrengst en steun bij oorlogen. Dit was in verschillende andere culturen door het latere feodale stelsel ook het geval. De pachters hadden echter wel rechten en als deze geschonden werden, leidde dit tot gezichtsverlies van de edele die de pachter beschermde. De onderste klassen werden gevormd door de slaven, buitenlanders zonder echte rechten. Het was echter altijd mogelijk voor een edelman om een slaaf te bevrijden en hem zijn pachter te maken. Slaven droegen niet bij aan de oorlog, omdat ze pas mochten vechten als hun leven werd bedreigd en ze geen wapens hadden.
Voorkomen Beide seksen waren zich welbewust van hun voorkomen en deden er veel aan om er mooi uit te zien. Ze hielden van sieraden. Veel gedragen door de adel was de torque, een soort nekring. De broches waarmee ze hun lange mantels mee vastzetten, waren vaak kunstig bewerkt. Soms droegen de Kelten blauwe beschilderingen op hun lichaam, vooral in oorlogstijd. Waarschijnlijk waren deze niet permanent, gezien de vele afbeeldingen van Kelten zonder lichaamsbeschilderingen. De vrouwen droegen meestal een tuniek en een rok of een enkellange tuniek met een riem. Soms hingen aan deze tunieken kleine belletjes. Ze maakten zichzelf waarschijnlijk ook op en droegen hun haar in een lange vlecht of een knot. Keltische mannen droegen op het vasteland een broek en een tuniek, maar in Brittannië en Ierland bestond hun standaardkleding uit een dijlange tuniek en een mantel, met schoeisel van leer of bont dat rond hun benen was vastgemaakt.
Keltische oorlogvoering De organisatie die er was, was in het geval van de infanterie meer gebaseerd op de stam of de clan van een strijder dan het type wapen dat hij droeg. Dit versterkte het groepsgevoel en zorgde ervoor dat de krijgers elkaar meer beschermden. Strijdwagens en cavalerie werden aan de flank geplaatst en vochten samen. De krijgsbenden vormden vaak de eerste lijn en waren meestal ook het meest ervaren.
De wapenrusting
Kelten en ijzer
De Keltische
strijdwagen Normaalgesproken reden er twee personen in de strijdwagen. De menner zat in de open voorkant en bestuurde de paarden. De strijder stond achter hem en gooide zijn speren of schoot zijn pijlen. Soms stapte hij uit en vocht te voet verder. De menner bleef dan dichtbij genoeg om zijn strijder op te vangen wanneer deze gewond of gedood werd in de strijd.
Keltische krijgsbenden
Kelten en paarden Het paardrijden was in de Keltische cultuur veel gebruikelijker dan de klassieke schrijvers ons willen doen geloven. Er zijn veel bitten gevonden en ook de vondsten van verschillende strijdwagens duiden hierop. De Keltische cavalerie was de beste ter wereld en dit werd zelfs door de schrijver Strabo voorzichtig toegegeven. De Romeinen waren onder de indruk van de Gallische cavalerie dat zij een Gallische cavalerie-eenheid opnamen in hun legioenen en verschillende Keltische ruiterexercities overnamen. De Keltische ruiter kon te paard vechten zonder stijgbeugels of zadel en was in staat om een paard dat rende over een helling te bestijgen. Wanneer er geen oorlog was, werden er vaak paardenrennen gehouden om zowel het dier als zijn berijder in vorm te houden. Dit was ook een standaard onderdeel van de spelen van Lughnasadh. Doordat het paard zo belangrijk was, is het ook niet verwonderlijk dat hij een belangrijke religieuze betekenis kreeg. Verschillende godheden, zoals Rhiannon, Epona en Macha, werden verbonden met het dier. Het was waarschijnlijk zelfs zo dat de nieuwe hoge koning van Ierland ritueel paarde met een witte merrie, die daarna ritueel geslacht werd en door iedereen gegeten.
De Carnyx De carnyx werd zeker gebruikt bij de Keltische invasie van Griekenland in de 3de eeuw v.Chr. en ook de Romeinen kwamen in aanraking met het geluid van dit instrument, niet alleen in Gallië onder Julius Caesar maar ook in Brittannië onder Claudius. Rond het jaar 400 v.Chr. werden enkele Keltische stammen geregeerd door een koning die Livius Ambicatus noemt. Toentertijd, op het hoogtepunt van hun macht, waren deze stammen verenigd als een militaire bond en trokken ze naar de landen van Noord-Italië, waar ze het land van de Etrusken binnenvielen en veroverden. Van het zuiden trokken de Romeinen op tegen dit volk en de Kelten en de Romeinen vormden een alliantie. Maar de Romeinen verachtten de ‘barbaren’ en verraadden hun. Door dit verraad trokken de Kelten zonder oponthoud of plunderen op naar Rome. Daar versloegen ze de Romeinen en namen de stad in, waar ze een jaar bleven. Ze verlieten de stad na een vredesverdrag, dat bijna een eeuw duurde. Dit werd verbroken toen de Keltische stammen een verbond sloten met de Etrusken, hun oude vijand. Hierna zagen de Romeinen de Kelten steeds meer als hun vijand. Ze bestreden ze eerst in Zwitserland en drongen ze op den duur terug tot Frankrijk. Daar bleven de Kelten nog een tijd standhouden maar moesten zich uiteindelijk overgeven. Onder keizer Claudius werd ook het laatste woongebied van de Kelten, Brittannië.
Kelten en germanen De Griekse reiziger Pytheas noemde de Germanen rond 300 v.Chr. voor het eerst bij naam, hiervoor werd het land van de Germanen toegeschreven aan de Kelten. Het was natuurlijk zo dat dit twee ‘barbaarse’ volkeren waren en misschien waren de Germanen rond die tijd geregeerd door de Kelten en hadden ze geen eigen politiek bestaan. De Germaanse taal leende veel woorden van de Keltische, maar bleef herkenbaar Germaans. Ook namen ze de Keltische religie niet of nauwelijks over en deze culturele verschillen hebben waarschijnlijk bijgedragen aan de Germaanse opstand enkele honderden jaren na het schrijven van Pytheas. Hierna sloeg de machtsverhouding tussen de Kelten en de Germanen volledig om en de Kelten werden uit de Germaanse gebieden verdreven.
Religie De Kelten waren polytheïstisch. Hun goden waren waarschijnlijk afgeleid van vroegere indo-Europese goden. We weten niets over de precieze functie en het karakter van de goden, aangezien de Romeinen het Keltische pantheon linkten met het Romeinse, waardoor een deel van de achtergrond verloren is gegaan. Veel Keltische godheden en dan vooral in Ierland, kwamen voor in drieën en dit heeft later uitwerking gehad in het christendom. Er was niet echt duidelijk een oppergod, alhoewel die in sommige Ierse en Welshe verhalen wel naar voren lijkt te komen. Volgens Julius Caesar, die vrij uitgebreid verslag doet van de Keltische religie, was de centrale gedachte van het geloof de reïncarnatie. Het is duidelijk dat de Kelten geloofden in een leven na de dood, want ze begroeven hun doden met grafgiften. De Kelten kenden geen tempels. Hun aanbidding vond plaats in de natuur, bij heilige bronnen, bossen en meren. Deze vormde de centrale plaats van het Keltisch rituele leven en in overvloed te vinden waren. De offergaven die daar werden gegeven, waren alledaagse voorwerpen, maar soms ook speciaal als offer gesmeed of gemaakt. Vaak waren deze gebogen of gebroken. Caesar schrijft over het offeren van mensen, er zijn hiervan ook in Keltische bronnen enkele aanwijzingen te vinden. Maar mensenoffers kwam waarschijnlijk niet vaak voor. Het rituele leven werd geleid druïden, ook hier is zeer weinig over bekend. Zij voerden veel religieuze functies uit als rituelen en offeren, maar spraken ook recht en gaven onderwijs. Deze rituelen en praktijken werden waarschijnlijk geheim gehouden voor het gewone volk, waardoor de klassieke wereld niets over hen wist.
Het Manx en het Cornish zijn een tijdje geleden uitgestorven als gesproken taal, maar worden opnieuw aangeleerd en gesproken. Bretons en Welsh worden nog steeds gesproken in Bretagne en Wales. Iers komt vrij veel voor in de republiek van Ierland, waar zelfs de treinkaartjes in het Iers-Gaelic worden gedrukt. Schots Gaelic is een gewone taal in met name het westen van Schotland, en in Nova Scotia aan de oostkust van Canada.
Zie ook: Celtic Webmerchant:
|
||||
![]() |
|||||
|
copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden. Sitemap Contact |
|||||