Middeleeuwse krijgskunst
Het middeleeuws
gevechten bestaan niet, zoals veel mensen denken, uit het slaan van
zwaard tegen zwaard. Het was een ingewikkelde kunst van aanval en
verdediging, waarbij de vechter toesloeg om te doden. Hieronder volgt
een korte beschrijving van de basistechnieken in de middeleeuwse
krijgskunst volgens de leer van Hans
Talhoffer die hij in de 15e eeuw publiceerde.
Deze
technieken mogen nooit met scherpe wapens/decoratiewapens worden
uitgevoerd! Voor meer informatie zie producten onder aan de pagina.
De krijgskunst die
Hans Talhoffer in zijn boek presenteert weikt totaal af van het beeld
dat er tegenwoordig is gecrieerd van middeleeuwse krijgskunst, al is het
bekend dat zelfs na de concrete invoering van het buskruid en het
grootschalig gebruik van vuurwapens er op Talhoffers technieken is
teruggegrepen. Talhoffers technieken werden waarschijnlijk in alle
Europeese landen gebruikt. De tactiek en strategie die het leger voerde
hebben globaal gezien weinig invloed op de man tot man krijgskunst die
Talhoffer beschreef.
Houding
De twee
tegenstanders staan tegenover elkaar, met de heupen en torso in een
lijn. Elk van beide benen kan voorop staan en de knieën zijn licht
gebogen. Door deze houding is het makkelijk om te bewegen. Over het
algemeen cirkelen de tegenstanders om elkaar heen, waarbij ze met
voetenwerk ervoor zorgen dat de afstand groot genoeg blijft, klappen
worden ontweken en aanvallen meer kracht krijgen.
Het enkelhandig
zwaard wordt met de rechterhand vastgehouden. In de linkerhand houdt men
meestal een kleiner of groter schild. Zonder een schild is het moeilijk
om een eenhander te hanteren, omdat het niet het bereik heeft van een
tweehander.
Het tweehandig
zwaard wordt met de rechterhand vlak bij de pareerstang en de linkerhand
daaronder vastgehouden. Voor een meer manoeuvreerbaarheid en kracht kan
de linkerhand ook op de pommel worden gelegd.
Aanval
Het middeleeuwse
zwaard is met name een slagwapen. Slagen worden meestal gemaakt met de
kant van het zwaard bij de knokkels. Ze bestaan uit slagen vanuit de
schouder, waarbij het lichaamsgewicht wordt gebruikt om meer kracht te
zetten, slagen vanuit de ellebogen en slagen vanuit de polsen. Door in
te stappen bij een slag, kan het lichaamsgewicht gebruikt worden om hem
te doen slagen.
Steken kunnen worden
gebruikt om de open plekken tussen de platen pantser in te raken. Deze
plekken zijn meestal aan de rechter en linkerkant van de torso onder de
ribbenkast. Ook de polsen, voeten en dijen zijn populaire doelwitten.
Steken kunnen ook nuttig zijn om achter het schild van de tegenstander
te komen.
Het zwaard kan ook
bij het scherpe gedeelte, de kling, worden gepakt(murder stroke). Hierdoor kunnen de
pommel en de pareerstang als een soort grote oorlogshamer worden
gebruikt. Wanneer alleen de linkerhand op het zwaard wordt gelegd,
functioneert het zwaard als een soort bajonet(halfzwaard).
Naast het zwaard
vinden in middeleeuwse gevechten ook veel dolkgevechten en worstelingen
plaats. Wanneer de tegenstanders te dicht bij elkaar zijn, wordt het
zwaard zo goed als nutteloos en is een kleiner wapen nodig. Geworstel
kan ervoor zorgen dat de tegenstander op juiste afstand komt of uit
balans raakt en op de grond belandt.
Verdediging
Er zijn
verschillende manieren om het lichaam met het zwaard te verdedigen tegen
aanvallen van de tegenstander. Een persoon die vloeiend kan vechten,
gebruikt deze niet als statische houding – wat wel vaak gebeurt – maar
een moment van rust op het begin of einde van een aanval. Er bestaat de
lage verdediging, met de pommel bij de heupen, de midden verdediging,
met de pommel bij de navel, de hangende verdediging, met het gevest op
hoofdhoogte en de punt in de richting van de tegenstander en de hoge
verdediging, waarbij het zwaard boven het hoofd wordt gehouden,
waarvandaan slagen kunnen worden gemaakt. Om een aanval af te weren,
kan de kling van het zwaard worden gebruikt. Hiermee kan men het zwaard
van de tegenstander wegslaan, zodat er tijd is om een tegenaanval te
beginnen.
Een manier van
verdediging is ook om het zwaard van de tegenstander vast te zetten. Dit
gebeurt vaak met de pareerstang, waarmee de twee zwaarden als het ware
in elkaar worden gehaakt. Door middel van druk en tegendruk kan worden
geprobeerd om het wapen van de tegenstander weg te duwen voor een aanval
of de tegenstander zelfs te ontwapenen. Het is ook mogelijk om beide
zwaarden tegen de grond vast te zetten met de punten, daarna volgt
meestal een worsteling.
Natuurlijk is het
voetenwerk ook van belang bij de verdediging. Een natuurlijke reactie is
om een stap terug te doen van een slag of een steek. Wat ook kan, is
juist instappen en naast de tegenstander, aangezien een slag het minste
kracht heeft bij het gevest. Dit zou kunnen leiden tot een dolk- of
worstelgevecht en tot ontwapening.
Deze basispunten
vormde het grootste gedeelte van de middeleeuwse vechtkunst, deze
technieken zijn zowel met zwaarden als met alle andere slag, steek of
stootwapens te gebruiken. In zijn boek laat Hans
Talhoffer dit duidelijk en op een overzichtelijke manier zien.
Zie ook:
Zwaarden
De boog
Celtic Webmerchant:

Tweehandig trainingszwaard
€ 88,10
Re-enactmentzwaard
€ 314,16
Trainingszwaard € 88,10
|