De zoons van Somerled

De periode tussen de dood van Somerled in 1164 en de dood van Alexander de 2de van Schotland in 1249 zijn zowel onduidelijk als cruciaal voor de middeleeuws Keltische geschiedenis. De nazaten van Somerled, ook wel de MacSorleys genoemd, erfden het koninkrijk van Somerled en verdeelden het onder Somerleds zoons Dougall, Ranald en Angus. 

Tussen deze zoons heerste verdeeldheid en opvallend is dat zowel de koning van Noorwegen als die van Schotland steeds meer aandacht besteedden aan de regio van de Ierse Zee. Dit bracht hun in politieke moeilijkheden met Schotland en Noorwegen. Daarnaast waren ze militair gezien nauw betrokken bij de conflicten tussen de Ieren en de Engelse bezetters, die in de toekomst bondgenoot van Schotland zouden worden.

Een jaar na Somerleds dood, in 1165, stierf de Schotse koning Malcolm de 4de. Hij werd opgevolgd door zijn broer William, die voor een opmerkelijk lange periode van 49 jaar zou regeren. De eerste acht jaar waren vredig en Schotland had een goede verstandhouding met Engeland. Na deze periode startte koning William een aantal campagnes om Noord-Engeland te veroveren, omdat Noord-Engeland lange tijd deel van Schotland waren geweest. Tijdens de derde en laatste invasie in 1174 werd koning William en een groot deel van zijn gevolg door de Engelsen gevangen genomen. Hierdoor waren de Schotten genoodzaakt het vernederende verdrag van Falaise te ondertekenen, dat de macht van William sterk inperkte.

Duidelijk is dat William geen tijd had om het westen van Schotland onder zijn bewind te brengen, waardoor de zoons van Somerled vrijspel hadden. 

Noorwegen en Schotland
In Noorwegen was de situatie niet veel beter dan in Schotland. Tussen 1130 en 1204 woedde er een bittere burgeroorlog. Hierdoor was het gebied van de MacSorleys op zichzelf aangewezen, maar ook hier was de situatie niet stabiel. De zoons van Somerled waren in conflict met elkaar over wie welk deel van hun vaders land mocht regeren. Dit conflict ging zo ver dat de clan MacSorley in verschillende takken splitste. De belangrijkste leiders van deze delen waren Dougall, Ranald, Angus en Olaf. Somerled had meer zoons dan deze, maar deze waren vaak bastaards of waren al gestorven voor Somerleds dood. De enige bekende dochter van Somerled was Bethag, zij werd de eerste abdis van het Augustijnse  nonnenklooster op Iona.

Zoals in de Keltische traditie de gewoonte was, werd het land van Somerled na zijn dood onder zijn zoons opgedeeld. Dougall, Ranald en Angus kregen de belangrijkste delen. Het is niet bekend welke delen ze precies kregen, aangezien het niet bekend is welk gebied precies aan Somerled toebehoorde.

Dougall
Clan Dougall wordt altijd geplaatst in het vasteland van Argyll. Vermoedelijk was dit het oorspronkelijke land van Somerled en dit bewijst wat verschillende andere bronnen indirect vaststellen, dat Dougall Somerleds oudste zoon was. Het was dan ook niet voor niets dat de Manx Dougall uitnodigden koning van Man te worden en niet een andere zoon. Vermoedelijk nam hij de titel Rí Airer Goidel (koning van Argyll) aan. Dit wordt eveneens bevestigd doordat zijn clan, de MacDougalls, zichzelf Ergadia of Argyll noemden. Tussen 1155 en 1175 is er erg weinig informatie beschikbaar over het leven van Dougall. Het is onbekend welke rol hij speelde tijdens de regeringsperiode van Somerled. Mogelijk regeerde hij over het eiland Man in naam van zijn vader, aangezien zijn moeder de dochter van de voormalig koning van Man was.  Ook is het onbekend of Dougall meevocht tijdens de laatste invasie van zijn vader en of hij bij de slag van Renfrew, waar zijn vader en zijn broer sneuvelden, aanwezig was. Pas in 1175 duikt zijn naam op in de geschiedschrijving en dan niet aan de Schotse westkust, maar in Noord-Engeland. In de twaalfde eeuwse Liber Vitae uit de kathedraal van Durham staat dat Dougall en Stephen, zijn kapelaan, en Adam de Stanford een gezantschap van de kathedraal van Durham ontvingen en hij beloofde elk jaar van zijn leven één mark aan deze kerk te schenken. Een dag voor deze gebeurtenis hadden koning William en zijn baronnen trouw gezworen aan koning Henry de 2de van Engeland. Vermoedelijk vergezelde Dougall William op zijn tocht naar Engeland.

Dit verklaard ook waarom in 1237 Duncan, Dougalls zoon, de enige westkustleider was die in de lijst met baronnen van Schotland was opgenomen.

Aan de andere kant worden Duncan en Dougalls andere zoon Dougall later in de Noorse Haakon's Saga genoemd als erg ontrouw aan de Noorse kroon. Clan MacDougall had duidelijk zijn politieke voorkeur getoond.

Ranald
Clan Ranald kreeg de eilanden die direct in contact stonden met het vasteland van Schotland. Ranald is de bekendste zoon van Somerled en staat bekend als de piraat, de krijger en de kruisvaarder. Ranald was bittere vijanden met Dougall en regeerde vermoedelijk over Islay, Jura ,Kintyre, Morvern en Ardnamurchan. Dat hij een groot deel van zijn vaders macht erfde, wordt duidelijk uit zijn titel Rí Innse Gall, Koning van de Hebriden, zoals hij in Saddell abbey wordt genoemd en Lord of the Isles zoals in de geschriften uit Paisley. Bekend is dat Ranald naast oorlog met Dougall ook oorlog met zijn andere broer Angus had. In 1192 werd tussen hen een vlootgevecht uitgevochten. Tijdens deze bloederige slag won Angus. Het is echter onbekend waar de slag plaatsvond en wat de gevolgen hiervan waren. Aangezien Angus’ landerijen verderop in het noorden lagen, is het waarschijnlijk dat deze zeeslag volgde op een poging van Ranald om zijn gebied uit te breiden. Voor deze slag had Ranald in ieder geval enkele delen van Dougalls land ingenomen.

Ranald MacSorley was een Noors-Keltische zeekoning die zijn gebied wilde uitbreiden, toch waren er ook duidelijk andere invloeden zichtbaar. Het duidelijkste bewijs hiervan is zijn zegel. Hoewel het origineel niet bewaard is gebleven, is het in de 16de eeuw uitvoerig beschreven. Ranald had een dubbele zegel, zoals rond deze tijd alleen de Normandische adel gebruikten. Aan de ene kant stond de birlinn afgebeeld, net als op erg veel andere zegels uit dit gebied. Aan de andere kant stond een feodale ridder die op zijn paard een charge uitvoert, met zijn zwaard boven zijn gehelmde hoofd.

Zegels geven ons een beeld in hoe de drager zichzelf wilde afbeelden naar de buitenwereld. Dat er al in 1192 zo duidelijk naar de feodale wereld wordt verwezen door een MacSorley, is daarom ook uitzonderlijk, want het was de wereld waarmee zijn vader in een fel conflict was verwikkeld geweest. Het is bekend dat de latere koningen van Man ook een dergelijk zegel gebruikten. Het wordt vermeld dat Ranalds naamgenoot Ragnvald, die tussen 1188 en 1226 koning van Man was, een vergelijkbaar tweezijdig zegel gebruikte. Vermoedelijk was het zegel van Ranald hierop gebaseerd. Angus Mór, Ranalds kleinzoon, gebruikte rond 1292 een ander zegel, met daarop afgebeeld de birlinn en vier mannen die onder het zeil zitten. Dit zegel zou later bekend komen te staan als het zegel van de Lords of the Isles.

Uiteraard is het zegel van Ranald niet een bewijs dat hij ook daadwerkelijk geridderd was.

Ranald had geen afkeer van de feodale wereld buiten de westkust, mogelijk is dit de reden waarom koning William ook geen reden zag om een campagne tegen hem te starten. Door zijn openheid tegenover de buitenwereld is het mogelijk dat hij ook open stond voor een pelgrimstocht of misschien wel een deelname aan de kruistochten.

Op het eerste gezicht lijkt het onwaarschijnlijk dat Ranald mee deed aan de kruistochten. Maar het Book van ClanRanald vermeld dat Ranald deelnam aan een kruistocht en een kruis uit Jeruzalem mee terugnam. De kruistochten werden in Schotland gepredikt en in het begin van de 13de eeuw ook in Ierland door John van Salerno. Met succes want John de Courcy, lord van Ulster, vertrok in 1204 richting het heilige land. Omdat het gebied van de Ierse zee in goed contact stond met de rest van Europa, is het onwaarschijnlijk dat Ranald niet van deze expedities afwist. Een kruistocht of pelgrimstocht zou ook verklaren waarom de bronnen na de slag van 1192 zo stil zijn over hem, terwijl hij nog wel leefde. Kruistocht of niet, Ranald stichtte veel religieuze gebouwen op de eilanden. Zijn plan was om op Iona een nieuw bisdom van de eilanden te stichten. Hij bouwde op Iona het nonnenklooster, waarvan zijn zus de eerste abdis werd.

Ranald had twee zoons, Donald en Ruairi. Van Donald stammen clan MacDonald en de lords of the Isles af en van Ruairi de lords van Garmoran. Beide families speelden een belangrijke rol in de late 13de eeuw.

Het koninkrijk van Man
Rond deze tijd was de macht van het koninkrijk van Man bij lange na niet voorbij. In 1156 hadden Somerled en Godred van Man na de zeeslag het rijk van Man opgedeeld in twee stukken. Twee jaar later viel Somerled  Godred opnieuw aan en Godred vluchtte naar Noorwegen. Na de dood van Somerled kwam hij terug, heroverde het eiland Man, nam in ieder geval de eilanden Lewis, Harris North en South Uist en Barra in en vermoedelijk ook Skye. Het nageslacht van Godred, de MacGofreys, en de MacSorleys werden voor aankomende eeuwen bittere rivalen. In 1209 werd er een slag uitgevochten tussen de mensen van het eiland Skye en de soldaten van Donald. Donald overwon en wist zo de bedreiging van het koninkrijk Man de kop in te drukken. Helaas zijn er geen details of locatie van deze slag teruggevonden. 

In1210 werd Angus, zoon van Somerled met zijn drie zoons gedood en werd Iona geplunderd. De oorlog tussen Man en de eilanden begon serieuze vormen aan te nemen. In ditzelfde jaar viel koning John van Engeland met een leger Ierland binnen in een poging zijn gebied uit te breiden. Als reactie hierop wendden de Gaelic Ieren zich tot hun buren. In 1212 beantwoordden Thomas van Galloway en Ranalds zoons Donald en Ruairi deze oproep met een armada van 76 oorlogsschepen. Het leger viel Derry aan en plunderde het. Het is bekend dat rond de slag van Derry ook koning John van Engeland in Noord-Ierland aanwezig was.

De opstanden van de MacWilliams
De laatste jaren van koning Williams heerschappij werden gekenmerkt door de opstanden van de MacWilliams en de MacHeths. De MacWilliams leefden in het noordwesten van Schotland, een plek waar ze onbereikbaar waren voor de Schotse kroon. William werd inmiddels een oude man, geplaagd door ziekten, en in 1214 stierf hij. De leiders van de opstanden waren Malcolm MacHeth, genoemd naar zijn vader, bondgenoot van Somerled, en Donald MacWilliam.

De MacWilliams hebben hun naam afgeleid van William fitz Duncan, de zoon van Duncan de 2de die in 1094 koning van Schotland was. Duncan was de zoon van Malcolm Canmore en zijn eerste vrouw Ingebjorg van Noorwegen. Hij werd het slachtoffer van de omschakeling naar een feodaal stelsel, waarbij niet werd gekeken naar de geschiktste zoon om te regeren, maar naar de eerste zoon in de lijn.

De afgelopen eeuwen is de claim van de MacWilliams op de Schotse troon afgedaan als onzin, maar nu is de claim heronderzocht en lijkt het erop dat de MacWilliams wel degelijk aanspraak maakten op de Schotste troon en erfgenamen waren van David de 1ste, die in 1153 stierf.

In 1180 begon de eerste aanval van de MacWilliams vanuit noordwest Schotland. Roland van Galloway was nodig om samen met drieduizend krijgers de MacWilliams te verslaan. Het is niet bekend waar Donald MacWilliam in 1187 sneuvelde, mogelijk was in Moray.

Ondanks de dood van Donald deden zijn zoons een claim op de Schotse troon. In 1211 brandde Godred MacWilliam  noord Schotland plat, maar werd door koning Williams zoon, Alexander de 2de, gevangen en gedood.

Toen koning William in 1214 stierf, was dit het begin van nieuwe opstanden. In 1215 ontstond er een opstand geleid door Donald Bán, zoon van Donald MacWilliam, en Kenneth MacHeth, die gesteund werden door een zoon van een Ierse koning. Poging na poging werd gedaan en in 1230 werd de laatste poging ondernomen. Maar ook deze werd door koning Alexander de kop in gedrukt. De kronieken van Lanercost vermelden de val van de laatste MacWilliam. Het was een meisje, nog maar een paar maanden oud, meegenomen door de Schotse ridders. Ze werd op het marktplein tegen de grond gegooid en haar schedel brak. De boodschap van koning Alexander was duidelijk, hij was meedogenloos.

De opstanden van de MacWilliams waren nauw verbonden met de Schotse westkust en Ierland. Uit de kronieken van de opstanden van 1228 en 1230 blijkt dat Ruari, zoon van Ranald, aan de opstanden deelnam. Mogelijk vocht ook Donald met hem mee. Dit komt goed overeen met de acties die hun grootvader Somerled tegen de Schotse kroon deed. De MacSorleys en de MacHeths waren verbonden met elkaar doordat Somerleds zus met Malcolm MacHeth getrouwd was. Tot in deze tijd bestond tussen hen een alliantie. Bij in ieder geval de laatste drie opstanden was er een Iers leger aanwezig en in twee opstanden nam er zelfs een Ierse koning deel.

Alexander de 2de
Het is geen wonder dat Alexander de 2de direct nadat zijn positie stabiel was zijn aandacht richtte op west Schotland. Rond 1220 had hij betere verhoudingen met Engeland en mogelijk waren de Schotten erachter gekomen hoe ze galleien moesten bouwen.  Het is niet bekend of Alexander één of twee expedities richting de westkust ondernam. Ze vonden plaats in 1221 en 1122 en het lijkt erop dat er zowel schepen als landtroepen werden ingezet. Rond deze tijd hadden de MacDonalds en MacRuairi een duidelijkere structuur aangenomen. MacDonald regeerde op Islay, zuid-Kintyre en de eilanden tot en met Mull. MacRuairi regeerde voornamelijk de buitenste Hebriden exclusief Harris en Lewis. Het lijkt erop dat de MacRuairis met een reden de gebieden kregen die ver van het Schotse vasteland lagen.

Het is onbekend in hoeverre de bevolking van Argyll vijandig tegenover de koning stond. De 14de eeuwse Chronicum Gentis Scotorum (De kroniek van het Schotse volk) van John van Fordun, vertelt hoe de mensen van Argyll de koning ontvingen en onderdak boden, mogelijk was dit ook uit angst. Dit was ook de tijd dat er voor Walter Stewart in Dunoon een kasteel werd gebouwd om de grens tussen de westkust en het vasteland te bewaken. Rond deze tijd werd er ook gestart met de uitbreiding van Tarbert castle in Kintyre. Ook Eilean Donan castle werd gemoderniseerd om zo nog beter het kruispunt tussen Loch Duich, Loch Alsh en Loch Long te verdedigen. Loch Long was een belangrijke handelsroute tussen Ross en centraal Schotland.

Rond deze tijd was er in het koninkrijk van Man een  burgeroorlog aan de gang en werd het koninkrijk verdeeld onder de broers Ragnvald en Olaf. In 1228 reisden er afgevaardigden van deze koningen richting Noorwegen om met Haakon van Noorwegen te praten.

Het is mogelijk dat de MacSorleys landen van het koninkrijk Man hadden aangevallen, terwijl Ragnvald en Olaf in oorlog tegen elkaar waren. In 1220 werden de MacSorleys gezien als de machthebbers van de eilanden, en in 1229 was voor Haakon de 4de van Noorwegen de maat vol. Rond deze tijd arriveerde Olaf in Noorwegen en vertelde over verschillende oorlogen in het westen, inclusief een soloactie van Allan van Galloway om het eiland Man aan te vallen en de macht te grijpen.  Haakon moest handelen en zijn huidige positie in Noorwegen liet dit deze keer toe. Hiermee werd een nieuwe periode ingegaan voor de gebieden rond de Ierse zee, een periode van onzekerheid en twisten tussen Schotland en Noorwegen, waar De MacSorleys midden tussenin zaten.

Zie ook:
Keltische kunststijlen
Keltisch christendom
Sint Columba van Iona

Bronnen:
- MacDonald, R Andrew, “The Kingdom of the Isles: Scotland's Western Seaboard C.1100-C.1336” (East Linton 2008)
- Marsden, John, “Galloglas: Hebridean and West Highland Mercenary Warrior Kindreds in Medieval Ireland” (East Linton 2003)

- Cowan, E. & MacDonald, R. Andrew, “Alba: Celtic Scotland in the Medieval Era” (East Linton 2000)
- Chartrand, Rene et al., “The Vikings: voyagers of discovery and plunder” (Oxford 2006)

 

 

 

Gesponsord door Celtic Webmerchant:

                  
Romeins masker € 54,90                 Keltisch sieraad € 12,50            Vikingschil Lillbjars €
11,18

copyright © 2011 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact