Kelten in
de ijzertijd
Een
algemeen beeld van de Kelten is het beeld van een oorlogszuchtig, woest
volk. Dit is slechts een deel van het verhaal: archeologische vondsten
vertellen ons dat het grootste gedeelte van het Keltische volk zich
vestigde als boer. Tot de Romeinen had de gewone bevolking vaak weinig
te maken met oorlogen.
Nederzettingen
Veel mensen denken dat
Keltische woningen oncomfortabel zijn. Verschillende nagebouwde
Keltische woningen, zoals het Scottish Crannog Centre en Butser Ancient
Farm, bewijzen het tegendeel. De Kelten hebben goede oplossingen
gevonden voor tocht en pleisterden hun muren met mengsels van koeienmest
en gruis om de warmte binnen te houden.
De Kelten leefden in goed
gebouwde huizen, meestal rond, waarvan vele overblijfselen zijn
gevonden. Deze roundhouses werden al vanaf 1.500 v.Chr. gebouwd. Vaak
werd behuizing honderden jaren lang bewoond. Vaak vestigden enkele
families zich vlak bij elkaar en stichtten een kleine, omheinde
nederzetting. In het midden van de Hallstatt-periode ontwikkelde de
handel zich sterk en er ontstonden grote Keltische handelscentra, waar
kleine, versterkte heuvelforten, het Keltische equivalent van een stad,
ontstonden.
Meestal bouwden de Kelten met
hout. In de gebieden die buiten de Romeinse overheersing bleven, bouwden
ze ook in steen. Een bekend voorbeeld hiervan is Skara Brae op de
Orkneys.
Landbouw en veeteelt
De Kelten waren zeer bekwame
boeren. Zij verbouwden graan en groenten op kleine velden en hielden
daarnaast vee, schapen, geiten en varkens. Waarschijnlijk waren ze
grotendeels zelfvoorzienend door eigen vlees, groenten, brood en kaas,
soms aangevuld door wild en vis. Ze verbouwden granen als haver, rogge,
gerst, gierst, boekweit en verschillende soorten tarwe en groenten als
bonen, erwten, wortels en verzamelden hazelnoten, netels, vlas en wede,
deels voor het maken van kleding. De landbouwvelden waren rechthoekig
en zijn vaak nog met luchtfotografie te herkennen in het landschap. Het
grootste gedeelte van de veestapel bestond uit runderen, daarna kwamen
geiten en schapen en als laatste varkens, die werden bewaard voor de
grote feesten. Ook hielden ze tamme ganzen, maar het was verboden om
deze te eten.
Het
land werd bebouwd door werktuigen die ongeveer gelijk waren aan Romeinse
en middeleeuwse landbouwwerktuigen. Voor de uitvinding van het ijzer was
de ploeg van hout, hierna werd hij verfijnd met een ijzeren voet of
ijzeren ploegscharen.
Er werden graanopslagplaatsen
gemaakt, soms boven de grond, maar meestal in kuilen met houten wanden.
Op de bodem werden offers gelegd. Mogelijk is door de ondergrondse
opslag het bier uitgevonden: de kuilen waren niet geheel waterdicht en
in een regenachtige winter kon er dus gemakkelijk water bij het graan
komen. Dit ging gisten en werd een simpel soort bier.
Ambachten
De Kelten waren bekwame
ijzer-, brons- en goudsmeden. De eerste smederijen waren in het
Oostenrijkse plaatsje Hallstatt, en zijn rond 1.000 v.Chr. ontstaan. De
smeden werden in de Keltische maatschappij hooggeacht, vanwege hun
scheppende vermogen. Het erts voor de metalen objecten werd gehaald uit
verschillende mijnen. Door ijzerertspoeder te mengen met houtskool werd
het smeltpunt van het metaal omlaag gebracht en hierdoor ontstond metaal
met koolstof. Door verschillende lagen ijzer met verschillende
koolstofpercentages op elkaar te hameren, ontstond er sterk en hard
ijzer. Naast grote ijzermijnen hadden de Kelten ook kopermijnen,
steengroeven en zoutmijnen. In Hallstatt werd tussen 1.000 v.Chr. en 400
n.Chr. zout gewonden.
Doordat
de Kelten zeer goede smeden waren, ontstond er handel met andere
volkeren. Door deze handel, ontstonden kleine steden. De Kelten
handelden met Romeinen, Grieken en Etrusken, maar ook met Egyptenaren en
Chinezen. De overledene van het graf van Hochdorff droeg een zijden
gewaad uit China. Er werd met name gehandeld in metalen voorwerpen, maar
ook veel in slaven die in naburige gebieden gevangen waren genomen. Hoe
belangrijk handel was, toont wel het feit dat toen de handel in de late
Hallstatt-periode tijdelijk stilviel, er meer plunderingen en
rooftochten werden uitgevoerd.
De vrouwen hielden zich met
name bezig met het maken van kleding. Wanneer de schapen waren
geschoren, gebruikten zij de wol om na het uitkammen te spinnen met
gewichten of spinklosjes. In oude nederzettingen zijn verschillende
gaten gevonden die erop duiden dat ze weefgetouwen gebruikten.
Kleding
De Kelten waren zeer
waarschijnlijk lang en stevig gebouwd met blauwe ogen en blond of
roodachtig haar. De mannen lieten eerder een snor dan een hele baard
staan en waren geliefder bij het andere geslacht naarmate ze langer en
breder waren.
Beide seksen waren zich
welbewust van hun voorkomen en deden er veel aan om er mooi uit te zien.
Ze hielden van sieraden. Veel gedragen door de adel was de torque, een
soort nekring. De broches waarmee ze hun lange mantels mee vastzetten,
waren vaak kunstig bewerkt. Soms droegen de Kelten blauwe
beschilderingen op hun lichaam,
vooral
in oorlogstijd. Een lichaam dat in Lindow Moss is gevonden, toont een
beschildering van klei en koperstof. Waarschijnlijk waren deze niet
permanent, gezien de vele afbeeldingen van Kelten zonder
lichaamsbeschilderingen.
De Keltische kleding was goed
gemaakt en kleurrijk. De vrouwen droegen meestal een tuniek en een rok
of een enkellange tuniek met een riem. Soms hingen aan deze tunieken
kleine belletjes. Ze maakten zichzelf waarschijnlijk ook op en droegen
hun haar in een lange vlecht of een knot. Keltische mannen droegen op
het vasteland een broek en een tuniek, maar in Brittannië en Ierland
bestond hun standaardkleding uit een dijlange tuniek en een mantel, met
schoeisel van leer of bont dat rond hun benen was vastgemaakt. De
mantels waren vaak bedekt met vierkanten, een prehistorische voorloper
van de tartan.
Gezondheid
De Keltische gezondheidszorg
was redelijk ver ontwikkeld voor zijn tijd. Er zijn operatiesets
gevonden en ze kenden kruiden, medicijnen en opium voor verdoving. Wij
zijn vandaag de dag gezonder dan de Kelten toen natuurlijk, maar zij
werden door de buitenlucht gezond gehouden en hadden de noodzaak hun
ziekten te negeren, aangezien het huiselijk leven door bleef gaan.
Door het harde werk leden veel mensen aan reumatiek en rugproblemen.
Velen hadden ook ongezonde tanden, zij verloren deels hun gebit of er
vormden zich abcessen. Gaatjes in tanden kwamen echter bijna niet voor,
omdat hun voedsel veel minder suiker bevatte.
Waarschijnlijk was de
gemiddelde levensverwachting van vroege Kelten rond de 40 jaar. Veel
vrouwen stierven in barensnood, zo is te zien aan de vele skeletten van
jonge vrouwen die zijn gevonden. Kleine kinderen stierven ook snel,
omdat ze zwakker waren. Er zijn zeer weinig kinderlichaampjes gevonden,
mogelijk omdat er een aparte manier was om hun resten de laatste eer te
bewijzen.
Zie ook:
Keltische kunststijlen
Pictische kunst
De gundestrup ketel
Dierensymbolen
Abstracte symbolen
Celtic Webmerchant:
c

Keltisch amulet €
18,50
Cernunnos hanger €
12,-
pelgrimsbadge
€ 9,- |