De heuvel van Tara

De heuvel van Tara, in het Iers-Gaelic Temair genoemd, was een van de machtscentra in Ierland. Waarschijnlijk hebben van de 3de eeuw n.Chr. tot en met 1022 minstens 140 hoge koningen hier hun kroon ontvangen en geregeerd. Het koningschap was niet erfelijk, de volgende koning werd gekozen op verdienste.

Het belang van Tara is echter veel ouder dan de tijd van de koningen, in de oude Ierse religie en mythologie was Tara de gewijde woonplaats van de goden en de ingang naar de onderwereld. Er wordt gezegd dat  sint Patrick zelf de heuvel bezocht om de oude religie op zijn sterkste punt aan te vallen.

Op en rond de heuvel van Tara zijn ongeveer 30 monumenten te vinden, meestal stenen, grafheuvels en ronde terpen. Waarschijnlijk zijn er evenveel monumenten niet zichtbaar meer, maar wel op te sporen met luchtfotografie en archeologische technieken. Vanaf ongeveer 2.500 v.Chr. is er begonnen met bouwen bij Tara en het bouwen ging door tot aan 400 n.Chr., toen het christendom naar Ierland kwam.

Rath Maeve
Ten zuiden van de heuvel van Tara ligt een ronde henge die Rath Maeve wordt genoemd. Zijn diameter meet ongeveer 230 meter en een deel van de terp en greppel is nog goed bewaard gebleven. De naam komt of van de godin Medb, of van een mythische Maeve – maar waarschijnlijk niet de Maeve van het verhaal van CúChúlainn, die woonde in Connacht.

Ráith Laoghaire
Aan de zuidzijde van de heuvel van Tara zelf liggen de resten van een ander rond fort dat bekend staat als Ráith Laoghaire, het fort van Laoghaire. Het verhaal gaat dat de laatste heidense koning hier zittend en in volle wapenrusting is begraven om zijn vijanden aan te zien komen.


Ráith na Ríogh, Teach Chormaic en Forradh
De grootste omheining van de heuvel van Tara is de Ráith na Ríogh, het fort van de koningen. Dit was oorspronkelijk een ritueel gebied, maar later werden er defensieve stenen muren omheen gebouwd en drie nieuwe ingangen gemaakt, waarvan de belangrijkste in oostelijke richting lag. Een deel van de fundering lag tot 3,5 meter diep. Het gebied dat de Ráith na Ríogh omsluit is 320 meter van noord naar zuid en 265 van oost naar west.

Binnen de Ráith na Ríogh liggen de Teach Chormaic, het huis van Cormac, en de Forradh, oftewel de koninklijke zetel. Dit zijn twee bouwwerkendie met elkaar zijn verbonden. De Teach Chormaic, een ringfort, ligt in het oosten, de Forradh, een ronde grafheuvel met twee greppels en wallen, in het westen van de Ráith na Ríogh.

Lia Fáil
In het midden van de Forradh staat een staande steen waarvan wordt gezegd dat het de Lia Fáil, de kroningssteen, is. De steen stond eerst in het noordelijke deel van de omheining bij de Duma na nGiall en verschillende experts beweren dat het ooit met een andere staande steen de ingang van de grafheuvel markeerde. Ook is het mogelijk dat het een van de vier belangrijke punten van de heuvel aangaf. Na het gevecht om Tara in 1798 werd de steen naar zijn huidige plek verplaatst om de graven van de 400 rebellen te markeren die daar waren gestorven. De legende vertelt dat de Lia Fáil door de Tuatha de Danaan naar Ierland is gebracht en ook dat dit de steen was die als kussen voor Jacob diende. Het gerucht gaat dat de ware Lia Fáil in 498 naar Schotland werd gebracht voor de kroning van Fergus MacErc en dat Edward de 1ste van Engeland de steen meenam als kroningssteen van de Britse koningen – dus de tegenwoordige Lia Fáil zou de Ierse kroningssteen niet zijn. Wanneer de ware koning van Ierland de Lia Fáil zou aanraken, zou de steen drie keer schreeuwen op zo’n sterkte dat geheel Ierland hem zou horen.

Duma na nGiall
Het oudste monument op de heuvel is de grafheuvel van de gijzelaars, Duma na nGiall. De naam slaat terug op het gebruik dat gewoon was onder Ierse koningen om belangrijke personen mee te nemen en vast te houden om verzekerd te zijn van een alliantie of overgave. Hiervan is het bekendste voorbeeld Niall van de negen gijzelaars.

Bij opgravingen  bleek het een ganggraf te zijn dat dateert uit 2.000 v.Chr. Het is in delen gebouwd. Als eerst werd er een houten palissade gemaakt, deze dateert tussen 3030 en 2190 v.Chr.. Dit bouwsel brandde af of werd een tijd niet meer gebruikt, daarna herbouwd met het gedeelte van het ganggraf. Twee urnen met crematieresten zijn vlak buiten de tombe gevonden, mogelijk zijn ze daar geplaatst voordat de cairn werd gebouwd. De tombe is vier meter lang en 1 meter breed en bestaat uit drie delen, gescheiden door rijen stenen. In elk deel liggen crematieresten met grafgiften als keramiek, stenen kralen en pinnen van bot.

De gang is gericht op de zonsopgangen van Samhain en Imbolc, op deze feestdagen schijnt de zon net in het graf. Vlak naast de ingang, binnenin het graf, is aan de linkerkant een grote staande steen. Omdat de gang niet heel lang is, is het als meetinstrument voor zonnestanden niet heel accuraat. Waarschijnlijk is echter de kleinere stilstand van de maan (wanneer de declinatie van de maan zo’n 37 ° in een maand verandert), goed vast te stellen met de gang.

Ráith na Seanadh
Ten noorden van de Duma na nGiall, vlak buiten de grens van de Ráith na Ríogh, ligt een ringfort met drie wallen dat bekend staat als de Ráith na Seanadh, oftewel de Rath van de synoden. In 1899 werd het opgegraven door Britse Israëlieten die zochten naar de ark van het verbond. Ze vonden enkele Romeinse munten uit de 3de eeuw n.Chr. die er een paar dagen eerder neer waren gelegd opdat ze niet teleurgesteld zouden zijn. Door toeval vonden latere archeologen wel degelijk Romeinse voorwerpen (een zegel, een slot, glas en aardewerk), dat dateert uit de 1ste tot 3de eeuw n.Chr. Ook werd er bij deze opgravingen, in de 50er jaren van de vorige eeuw, een cirkel van kuilen die wijzen op de bouw van enkele grote gebouwen rond deze plaats.


Staande stenen
Vlakbij de Ráith na Seanadh, bij het kerkhof van de St. Patrick’s church, staan twee staande stenen. Op de grotere van de twee is een afbeelding te zien die waarschijnlijk de Keltische vruchtbaarheidsgod Cernunnos symboliseert. Ook is er een deel van een vrouwengezicht te ontwaren dat veel weg heeft van de figuur van Sheela na Gig. Deze staande stenen kunnen nog uit de steentijd stammen, maar waarschijnlijk zijn ze minder oud en dateren ze uit de bronstijd. In vroege geschriften staat vermeld dat op de plaats van de staande stenen een monument stond dat het kruis van Adamnan werd genoemd. Dit zou zijn opgedragen aan een heilige uit de 7de eeuw die op deze plek een kerkvergadering bijeenriep voor meer rechten voor vrouwen – hier heeft de Ráith na Seanadh haar naam wellicht door gekregen. Ook worden verschillende andere staande stenen op deze plaats genoemd – Dall, Dorcha, Maol, Bloc en Bluicna. De legende gaat dat de kandidaat-koningen met hun strijdwagen tussen de twee staande stenen moesten rijden, die uit elkaar zouden gaan voor de rechtmatige koning.

Tech Midchúarta

Ten noorden van de Ráith na Seanadh ligt de Tech Midchúarta, de feesthal. De naam komt van middeleeuwse geschriften, waar de plaats foutief werd benoemd als de plaats waar duizenden gasten van feestmalen genoten en de Aonach, een traditioneel festival in het begin van november, bijwoonden. Waarschijnlijk was dit echter de ceremoniële ingang van de heuvel, waarin alle hoofdwegen van het oude Ierland samenkwamen. De Tech Midchúarta is 230 bij 27 meter.

Ráth Gráinne & Claoin-Fhearta
Aan de noordwestkant van de Tech Midchúarta ligt een kleinere groep van aardwerken, waarvan de eerste Ráith Gráinne is. De plaats is omringd door een gracht en een wal en in het midden ligt een lage heuvel, mogelijk vroeger een graf of een huis. Het fort is vernoemd naar Gráinne, de dochter van de hoge koning Cormac MacAirt, die moest trouwen met Fionn MacCumhail maar in plaats daarvan verliefd werd op Diarmuid. Samen vluchtten ze voor haar verloofde en de plaatsen waar ze zich verborgen zijn door heel Ierland te vinden.

Verder westwaarts liggen de Claoin-Fhearta, letterlijk vertaald de hellende geulen. Ook met deze plaats is een legende over Cormac MacAirt verbonden. Hij corrigeerde de hoge koning voor hem, die altijd op de plek van de Claoin-Fhearta rechtsprak, in zijn vonnissen, die vaak fout waren geveld. Het gevolg van deze correcties was dat de helft van het rechtsgebouw de heuvel afgleed, waardoor de Claoin-Fhearta werd gevormd. Bij het zuidelijke deel van de Claoin-Fhearta zouden ongeveer dertig prinsessen van Tara vermoord zijn door Dúnlaing, koning van Leinster, in 222 n.Chr..

Zie ook:

Sint Patrick van Ierland
Ringforten
Heuvelforten
Keltische begraafmethoden

Celtic Webmerchant:

c                
Keltische broche  € 9,20    Keltische Montefortino €158,-         Keltische helm  € 82,93

 

 
 

copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact